ziel

[zelfstandig naamwoord]
  1. het denken, voelen en willen van de mens, het onbewuste
    vb:een gezonde ziel in een gezond lichaam
    1. met je ziel onder je arm [zonder doel]
    2. hem op zijn ziel trappen [erg kwetsen]
    3. zieltjes winnen [mensen tot je geloof bekeren]
    4. hoe meer zielen hoe meer vreugd [hoe meer mensen, hoe gezelliger het wordt]
    synoniem: geest
    tegenstellingen: lichaam lijf
  2. zielig mens
    vb:die brave ziel doet niemand kwaad
Meer informatie bij:
de denken doel en een erg geloof gezond hem hoe het in je kwaad lichaam meer mens met niemand onder op tot van voelen willen winnen zielig zonder
zelfstandig naamwoord: ziel
de ziel
de zielen
het zieltje
woordenindex, inhoud