ziel
[zelfstandig naamwoord]
- het denken, voelen en willen van de mens, het onbewuste
vb:een gezonde ziel in een gezond lichaam
- met je ziel onder je arm
[zonder doel]
- hem op zijn ziel trappen
[erg kwetsen]
- zieltjes winnen
[mensen tot je geloof bekeren]
- hoe meer zielen hoe meer vreugd
[hoe meer mensen, hoe gezelliger het wordt]
synoniem: geest
tegenstellingen: lichaam lijf
- zielig mens
vb:die brave ziel doet niemand kwaad
Meer informatie bij:
de denken doel en een erg geloof gezond hem hoe het in je kwaad lichaam meer mens met niemand onder op tot van voelen willen winnen zielig zonder
- zelfstandig naamwoord: ziel
- de ziel
de zielen
het zieltje
woordenindex, inhoud