zomer
[zelfstandig naamwoord]
- jaargetijde dat loopt van 21 juni tot 23 september
vb:in de zomer is het vaak warm
tegenstelling: winter
Meer informatie bij:
dat de het in juni september tot vaak van warm
- zelfstandig naamwoord: zo-mer
- de zomer
de zomers
het zomertje
woordenindex, inhoud