zorgen

[regelmatig werkwoord]
  1. moeite doen om iets of iemand in een goede toestand te brengen of te houden
    vb:Sandra zorgt voor het konijn
    1. voor het eten zorgen [het eten klaarmaken]
  2. het laten gebeuren
    vb:zorg dat je op tijd komt
Meer informatie bij:
brengen dat doen een eten gebeuren houden het iemand iets in je klaarmaken laten moeite om op of te tijd toestand voor zorg
regelmatig werkwoord: zor-gen
ik zorg
jij/u zorgt
hij/zij zorgt
wij/zij/jullie zorgen
ik/jij/u/hij/zij zorgde
wij/zij/jullie zorgden
hij heeft gezorgd
woordenindex, inhoud