aanpakken
[regelmatig werkwoord]
- in je handen nemen en vasthouden
vb:hier, pak dat boek eens aan!
- iemand flink aanpakken
[hem keihard zeggen welke kritiek je hebt]
- ergens aan beginnen
vb:we zullen deze klus eens aanpakken
- hij weet van aanpakken!
[hij is flink en ijverig]
Meer informatie bij:
aan beginnen boek dat deze en eens ergens flink hem hier hij iemand ijverig in je keihard kritiek nemen pak van we zeggen zullen
- regelmatig werkwoord: aan-pak-ken
- ik pak aan
jij/u pakt aan
hij/zij pakt aan
wij/zij/jullie pakken aan
ik/jij/u/hij/zij pakte aan
wij/zij/jullie pakten aan
hij heeft aangepakt
woordenindex, inhoud