aanpakken

[regelmatig werkwoord]
  1. in je handen nemen en vasthouden
    vb:hier, pak dat boek eens aan!
    1. iemand flink aanpakken [hem keihard zeggen welke kritiek je hebt]
  2. ergens aan beginnen
    vb:we zullen deze klus eens aanpakken
    1. hij weet van aanpakken! [hij is flink en ijverig]
Meer informatie bij:
aan beginnen boek dat deze en eens ergens flink hem hier hij iemand ijverig in je keihard kritiek nemen pak van we zeggen zullen
regelmatig werkwoord: aan-pak-ken
ik pak aan
jij/u pakt aan
hij/zij pakt aan
wij/zij/jullie pakken aan
ik/jij/u/hij/zij pakte aan
wij/zij/jullie pakten aan
hij heeft aangepakt
woordenindex, inhoud