bot [2]

[bijvoeglijk naamwoord]
  1. niet goed geslepen
    vb:dit mes is bot, ik kan er niet mee snijden
    1. met de botte bijl [zonder medelijden, grof te werk gaan]
    tegenstelling: scherp
  2. onvriendelijk en kortaf
    vb:ze gaf een bot antwoord
    tegenstellingen: attent vriendelijk aardig
Meer informatie bij:
antwoord bijl de dit er en een gaan grof ik medelijden mee mes met niet snijden te werk ze zonder
bijvoeglijk naamwoord: bot
botter
botst
woordenindex, inhoud