contact

[zelfstandig naamwoord]
  1. met elkaar van gedachten kunnen wisselen
    vb:ik heb een goed contact met mijn kinderen
    1. telefonisch contact [via de telefoon van gedachten wisselen]
    2. hij maakt erg makkelijk contact [hij praat erg makkelijk met anderen]
  2. ergens tegenaan komen
    vb:zorg dat deze stof niet in contact met je huid komt!
    synoniem: aanraking
Meer informatie bij:
dat de deze een elkaar erg ergens hij huid in ik je komen kunnen met mijn niet stof telefoon van via wisselen zorg
zelfstandig naamwoord: con-tact
het contact
de contacten
het contactje
woordenindex, inhoud