eed

[zelfstandig naamwoord]
  1. plechtige belofte
    vb:hij legde een eed af voor de rechtbank
    1. hij staat onder ede [heeft plechtig beloofd de waarheid te zeggen]
    2. daar wil ik een eed op doen [ik weet zeker dat het zo is]
Meer informatie bij:
af dat de daar doen een hij het ik onder op plechtig rechtbank staat te voor waarheid wil zeggen zeker zo
zelfstandig naamwoord: eed
de eed
de eden
woordenindex, inhoud