examen

[zelfstandig naamwoord]
  1. proef waarbij je moet laten zien wat je kunt of weet
    vb:aan het eind van het schooljaar is er een examen
    1. zakken voor een examen [niet voldoende punten halen]
    2. slagen voor een examen [voldoende punten halen]
Meer informatie bij:
aan er een eind het halen je laten niet of slagen van voldoende voor wat zakken zien
zelfstandig naamwoord: exa-men
het examen
de examens
het examentje
woordenindex, inhoud