groet

[zelfstandig naamwoord]
  1. woord of gebaar bij binnenkomen of weggaan
    vb:ik eindigde mijn brief met: vriendelijke groeten
    1. iemand de groeten doen [hem gedag zeggen namens iemand anders]
Meer informatie bij:
anders binnenkomen brief de doen gebaar hem iemand ik met mijn namens of woord weggaan zeggen
zelfstandig naamwoord: groet
de groet
de groeten
het groetje
woordenindex, inhoud