hoogte
[zelfstandig naamwoord]
- afstand van onderste tot bovenste punt
vb:de hoogte van dit huis is zeven meter
- uit de hoogte doen
[op anderen neerkijken]
- tot op zekere hoogte
[niet helemaal]
- hem op de hoogte brengen
[hem dat vertellen]
- ik kan geen hoogte van hem krijgen
[kom er niet achter hoe hij precies is]
Meer informatie bij:
afstand achter brengen dat de dit doen er geen helemaal hem hij hoe huis ik krijgen meter niet op precies punt tot uit van vertellen zeven
- zelfstandig naamwoord: hoog-te
- de hoogte
de hoogten of hoogtes
woordenindex, inhoud