vorige oefening
Index
volgende oefening
Chapter 5. exercises. 4
Luister naar het fragment en kies wat er betaald moet worden.
<=
=>
De man in de winkel koopt kaas.
De kaas kost 1 pond.
De man koopt sigaretten.
De man koopt eieren.
Het kost bij elkaar 3 pond en 85 cent.
controleer
Peter koopt een bruin brood.
Peter koopt een zak koekjes.
Peter koopt krentebollen.
Het kost bij elkaar 3 pond en 25 p.
Peter betaalt met een briefje van 10 pond.
controleer
champions
een kommer
tomaten
controleer
Een pizzapunt met ham en champions.
Een pizzapunt met ham en kaas.
Een pizzapunt met garnalen.
controleer
gehakt
twee biefstukken
twee worstjes
controleer
kauwgom
lolly's
zuurtjes
controleer
een cassette
een cd
niets
controleer
OK
vorige oefening
Index
volgende oefening