posterwoorden 31 - 34. 5


Nu zonder woordenlijst.
1. Het is slim om een woordenboek te als je de betekenis van een woord niet weet.

2. De houding van die jongen in de klas was . Hij wilde nooit ergens aan meedoen.

3. Jurgen moet echt vandaag op school komen. ga ik hem halen.

4. Welke doe jij vaak in je vrije tijd?

5. De prijs voor een drankje is /2,50, je een kortingsbon hebt, dan is het goedkoper.

6. Het van dat apparaat is heel makkelijk. Ik zal het je even uitleggen.

7. De reden om op vakantie naar Zwitserland te gaan, is de gezonde lucht.

8. Het heeft geijzeld. Daardoor is de van de wegen verslechterd. Het is spekglad.

9. Uit de inzendingen voor de opstelwedstrijd, heeft de jury tien winnaars gekozen.

10. De leerlingen moesten op hun examen een uit de tekst geven.