s=z, les.1.boek-1
Kies het juiste antwoord.
Wat hoort er niet bij?
- vlees
- een brood
- een huis
- een appel
Wat hoort er niet bij?
- een vrouw
- een dokter
- een tafel
Wat hoort er niet bij?
- een potlood
- een vliegtuig
- een huis
- een auto
Eén zin kan niet. Welke?
- De dokter eet vlees.
- Het vliegtuis eet brood.
- De vrouw eet een appel.
Eén zin kan niet. Welke?
- De vrouw eet vlees.
- De dokter eet het huis.
- De vrouw eet brood.