vorige oefening
Index
volgende oefening
Les 17. 81 - 100. 4
Luister en kies de juiste zin.
nakijken
81.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
82.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
83.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
84.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
85.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
86.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
87.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
88.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
89.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
90.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
91.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
92.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
93.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
94.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
95.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
96.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
97.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
98.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
99.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
100.
???
De dikke vrouw bakt de vis.
De dikke vrouw heeft dorst. Ze gaat naar de koelkast.
Hij haalt de spaghetti eruit.
Hij doet de koelkast weer open.
"Ik lust nog wel wat', zegt de dikke man.
"In het andere kastje."
Ze kussen elkaar
Ze doet de koelkast open.
Hij kookt de spaghetti.
De dikke man bakt het vlees.
"Waar is de spaghetti?"
Ze pakt melk uit de koelkast.
"Ik heb dorst", zegt de man.
De dikke man eet vlees en de vrouw eet vis.
Zij eten samen de spaghetti op.
Ze drinken alletwee een glas melk.
De dikke man gaat naar het andere kastje.
Ze zet de melk op tatel.
"Ik wi een glas melk."
De vrouw geeft de man een glas melk.
nakijken
klik hier
vorige oefening
Index
volgende oefening