vorige oefening
Index
volgende oefening
les 6. 81- 100. 4
Lezen.
nakijken
1.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
2.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
3.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
4.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
5.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
6.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
7.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
8.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
9.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
10.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
11.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
12.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
13.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
14.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
15.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
16.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
>17.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
18.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
19.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
20.
De brandweerman lacht.
Hij zet de hond op de tafel.
De ober zet de vis en de koffie op tafel.
De ober ziet de hond op de tafel zitten.
De dikke man lacht.
De ober legt de menukaart op de tafel.
De dikke man heeft honger.
De politieagent zet de hond in de politieauto.
De piloot lacht.
De ober brengt de vis en de koffie.
De brandweerman ziet een hond onder de tafel liggen.
De brandweerman eet de vis op.
De politieagent lacht.
De brandweerman zet de hond op de stoel.
De dokter lacht!
Hij eet nog meer spaghetti.
"Ober, ik wil graag vis en een kopje koffie."
De ober ziet de hond op de stoel zitten.
Hij legt de hond onder de tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
nakijken
klik hier
vorige oefening
Index
volgende oefening