vorige oefening
Index
volgende oefening
les 7. 61 - 80. 4
Lezen.
nakijken
61.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
62.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
63.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
64.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
65.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
66.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
67.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
68.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
69.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
70.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
71.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
72.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
73.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
74.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
75.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
76.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
77.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
78.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
79.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
80.
???
De ober zegt: "Hier is uw lepel."
"Ober, mag ik een biefstuk, brood en een glas water van u?
Hij zegt: "Alstublieft, uw koffie."
"Ober, mag ik een mes?"
De ober brengt de koffie.
De dokter eet een boterham en neemt een slok water.
De ober brengt nog een coupe ijs.
"Ober, mag ik een glas water?"
De vrouw eet een ei.
Ze neemt een hap van het ei.
De ober legt het mes op tafel.
"Ober, mag ik de menukaart?"
De ober zegt: "Alstublieft, een glas water"
De dikke man eet het ijs op.
"Ober, mag ik een kopje koffie?"
"Ober, mag ik nog een portie ijs?"
Hij zet het eten op de tafel.
De ober legt de menukaart op de tafel.
"
Ze neemt een slok water.
De ober brengt het eten.
nakijken
klik hier
vorige oefening
Index
volgende oefening