vorige oefening
Index
volgende oefening
les 7. 81 - 100. 4
Lezen.
nakijken
81.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
82.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
83.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
84.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
85.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
86.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
87.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
88.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
89.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
90.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
91.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
92.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
93.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
94.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
95.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
96.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
97.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
98.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
99.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
100.
???
Er zit een brandweerman in het vliegtuig.
Er zit ook een vrouw in het vliegtuig.
De vrouw heeft honger.
Er zit een magere man in het vliegtuig.
De dokter neemt een hap van zijn biefstuk en neemt nog een slok water.
Het vliegtuig.
Hij eet vlees en een aardappel.
Hij eet een biefstuk.
De dokter lacht.
Hij eet een boterham.
Er zit een hond in het vliegtuig.
Iedereen lacht.
De dikke man heeft honger.
Het vliegtuig stijgt op.
De piloot bestuurt het vliegtuig.
De vrouw lacht ook.
De brandweerman lacht.
Ze eet vis.
.
Er zit een dikke man in het vliegtuig.
De dokter heeft ook honger.
nakijken
klik hier
vorige oefening
Index
volgende oefening