resultaten register
vorige oefening
Index
volgende oefening
tegenstellingen 12
1 We gaan vanavond uit, maar om 24.00 uur zijn we weer
[?]
.
2 Wil jij de volgende keer weer Italiaans koken? De
[?]
keer was het zo lekker!
3 Het dier was heel wild, maar na de injectie werd hij
[?]
.
4 Vanmorgen was ik een half uur eerder op mijn werk, morgen kom ik een half uur
[?]
.
5 Misschien kom ik morgen op bezoek, maar dat is nag niet
[?]
.
6 Deze fiets kost bijna honderd euro ( € 95,-) en die andere fiets kost € 110,-. Dat is dus
[?]
honderd gulden.
7 Deze jurk vind ik prachtig, maar die jas vind ik
[?]
.
8 Pieter, je bent niet lief maar
[?]
als je je kleine broertje slaat.
controleer
OK
vorige oefening
Index
volgende oefening