'Ken jij iemand die Yael heet?' 'Nee, ik ken ........................... die zo heet.'
-
-
-
-
-
-
-
-
Niemand wil me helpen, " ........................... heeft het te druk.
-
-
-
-
-
-
-
-
'Kan ik u helpen? Zoekt u iets?' 'Nee, dank u, ik zoek ......................... speciaals. '
-
-
-
-
-
-
-
-
Van het eten is niets overgebleven ................................ is opgegaan.
-
-
-
-
-
-
-
-
'Heb je mijn sleutels ergens zien liggen?' 'Nee, die heb ik ................................ gezien.'
-
-
-
-
-
-
-
-
Nergens hadden ze een rode paraplu. Ze waren ................................... uitverkocht
-
-
-
-
-
-
-
-
'Ben je wel eens in Parijs geweest?' 'Nee, daar ben ik nog .............. geweest.'
-
-
-
-
-
-
-
-
Ik drink nooit koffie, ik drink .......................... thee.
-
-
-
-
-
-
-
-