Luister naar de tekst. Lees de vraag en typ het antwoord in het tekstvak. Let op, soms moet je wel/geen hoofdletter gebruiken!
Toos en Vera hebben twee vriendinnen. Vandaag hebben ze hen niet meegenomen.
Toos en Vera.
Twee vriendinnen.
Een van de vriendinnen van Toos en Vera heeft een hond en een kat. Zij gaat vaak mee naar het strand.
Waar wijst Zij naar terug?
Een van de vriendinnen van Toos en Vera.
Een hond en een kat.
Kees en Jos vliegeren en Toos en Vera gaan met Joep de duinen in. Ze blijven kang weg.
Waar wijst Ze naar terug?
Kees en Jos.
Toos en Vera.
Joep
Kees kijkt naar ziin vlieger, zou die Joep kunnen zien? Jammer dat hij dat niet aan hem kan vragen.
Waar wijst hem naar terug?
Kees.
zijn vlieger.
Joep
Jos hoort ergens blaffen. Het klinkt heel ver weg.
Waar verwijst Het naar? Typ het antwoord in het tekstvak.
Hij begint te roepen. Waar verwijst Hij naar?
Dan ziet hij een stipje. hij verwijst naar?
Dan ziet hij een stipje. Het komt snel dichterbij. Het verwijst naar?
Dan ziet Jos dat het Joep is. Joep rent naar Jos toe. Hij heeft een dood konijn in zijn bek. Hij verwijst naar?
Trots legt hij het voor Jos neer. hij verwijst naar?
Trots legt hij het voor Jos neer. het verwijst naar?
Jos gaat terug naar de anderen. Die waren heel ongerust. Ze zijn blij dat Joep terug is. Ze verwijst naar?
Maar hij gaat nu wel aan de riem. hij verwijst naar?
Vera geeft Joep een tik. Want ze is toch wel een beetje boos op Joep. ze verwijst naar?
Rechter: "Mevrouw, u hebt u man vermoord. Maar waarom hebt u dat met pijl en boog gedaan?" De vrouw antwoordt zachtjes: "Ik wilde de kinderen niet wakker maken." Waar verwijst ik naar?
Mevrouw Jansen rent de klas van haar zoontje binnen. Ze roept tegen de juffrouw: "Hoe kunt u hem een nul voor rekenen geven?" De juffrouw denkt even na en zegt: "Dat vraag ik me ook af. Maar er is geen lager cijfer." hem verwijst naar?