horizontaal |
| 1. | Niet eerlijk zijn tegenover iemand, misleiden. | | 2. | Het harde bovenste deel van het hoofd van een mens. | | 4. | In de richting van; onaangenaam. | | 6. | Het feit dat je iets later doet dan was afgesproken. | | 7. | Het resultaat vaneen wedstrijd, een onderzoek of een examen. | | 9. | Een wild bos in warme gebieden waar ook veel regen valt. | | 10. | Een apparaat dat de tijd laat zien. |
|
verticaal |
| 1. | Tegenhouden, niet toegeven aan iets. | | 2. | Een donkere plaats waar het licht niet kan schijnen omdat iets of iemand er voor staat. | | 3. | Een stuk van een weg of een deel van de aarde dat helt | | 5. | Een stad of plaats die beschermd wordt door sterke muren. | | 8. | Het einde van iets. |
|