toets 1. 8 ( woordentoets )


Nu uit het hoofd!
Het ligt op de tafel.
Ik schrijf in het .
De docent heeft een rode .
Leerlingen zitten in een .
Kun jij een boek ? vraagt de meester.

Wij moeten aankruisen .
Wil je het boek ?
Het woord is een streep er door. Zo: doorstrepen.gif
Wij allemaal de pen naast het boek.
Soms moet ik een woord .

Als wij , gaan wij zitten.
Dat mag ik niet van de docent.
We op school veel lessen .
Een oefening kan ik .
Als wij zetten we de stoel op de tafel.

Mijn naam kan ik wel .
We gaan snel .
Een zin moet eerst lezen, dan .
Een bal kan ik .
Nederlands ga ik .