Heleen vindt voetballen niet leuk.
- waar
- niet waar
Heleen voetbalt graag met mooi weer.
- waar
- niet waar
Heleen speelt niet tegen andere clubs.
- waar
- niet waar
Heleen wordt vaak moe van het voetballen.
- waar
- niet waar
De kleuren van 'De Vogels' zijn blauw en zwart.
- waar
- niet waar
Heleen vindt de kleuren van 'De Vogels' mooi.
- waar
- niet waar
Heleen heeft een trui en een rok aan met voetballen.
- waar
- niet waar
Heleen vindt het erg gezellig bij 'DeVogels'.
- waar
- niet waar