Wat is goed?
- Mohamed kiest door de stad.
- Mohamed wandelt door de stad.
Wat is goed?
- Suna ziet een meisje op straat. Ze heeft een bekend gezicht.
- Suna ziet een meisje op straat. Ze heeft een snell gezicht.
Wat is goed?
- Mine zit in de keuken. Ze is buiten.
- Mine zit in de keuken. Ze is binnen.
Wat is goed?
- Ruth wi! een kaartje kopen op het station. Ze staat in de reis.
- Ruth wi! een kaartje kopen op het station. Ze staat in de rij.
Wat is goed?
- Je moet een keer meegaan naar die winkel. Het is een leuke winkel.
- Je moet een keer ontmoeten naar die winkel. Het is een leuke winkel.
Wat is goed?
- Aras zoekt op hoe laat de trein aankomt.
- Aras stapt op hoe laat de trein aankomt.
Wat is goed?
- Ameer gaat zijn broer ophalen op het schoolplein.
- Ameer gaat zijn broer opschieten op het schoolplein.
Wat is goed?
- Sergei, vergeet je sleutels niet!
- Sergei, geloof je sleutels niet!
Wat is goed?
- Shambu spijt zich waar meneer Batenburg woont.
- Shambu herinnert zich waar meneer Batenburg woont.
Wat is goed?
- Alle leerlingen zijn op het schoolplein. Ze maken veel verkeer.
- Alle leerlingen zijn op het schoolplein. Ze maken veel lawaai .
Je krijgt een zakje chips van je vriend. Wat zeg je?
- 'Het spijt me.'
- 'Bedankt.'
- 'Pas op.'
Je ontmoet een vriend op straat. Wat zeg je?
- 'Hallo, hoe gaat het met je?'
- 'Meneer, mag ik u iets vragen?'
- 'Je mag hier niet lopen.'
In de bus staat een man op je voet. Hij zegt: 'Sorry. 'Wat zeg jij?'
- 'Wat wilt u weten?'
- 'Het geeft niet.'
- 'Het spijt me.'
Een meisje wit oversteken. Je ziet een auto aankomen. Wat zeg je?
- 'Het geeft niet.'
- 'Kijk uit!'
- 'Goede reis.'
Je ziet een bekende jongen in de bus. Je weet niet meer hoe hij heet. Wat zeg je?
- 'Ik moet opschieten.'
- 'Ik ken jou niet.'
- 'Het spijt me, ik ben je naam vergeten.'
Een jongen komt naar je toe. Hij zegt: Mag ik jou iets vragen? Wat zeg jij?
- 'Ja, hoor.'
- 'Dank u we!'
- 'Voorzichtig!'