| Op deze pagina komt informatie rondom prentenboeken en materialen die hierbij ondersteuning kunnen bieden. |
|
Miek Dekkers doet het als volgt: Maak van het boek een schitterend pakje, glitterfolie en een zilveren of gouden strik doen het altijd goed bij de kinderen. Speel alsof je een cadeau gekregen hebt en niet weet wat erin zit. Pak het daarna op een spannende manier uit. Succes verzekerd! Juf An doet het op deze wijze: Om de veertien dagen gaat de juf naar de bibliotheek om nieuwe boeken te gaan halen voor de kleuters.Deze boeken worden in een groot verrassingspakket gestoken. Er gaan wel verschillende papieren rond dat stapeltje en bij het doorgeven in de vertelkring moeten er verschillende opdrachten uitgevoerd worden om de inhoud van de boeken te raden. Een voorbeeld: We werken die week rond het thema fruit. Enkele boeken worden ingepakt en na elk rustmoment wordt er een papier afgehaald. Daaronder zit een opdracht in de aard van Wat is er gezond? Sommige kleuters lusten het anderen niet! Blaas de ballon op , het heeft dezelfde vorm! ...... Bij deze opdrachten wordt er gesproken over wat het zou kunnen zijn. De vragen zijn natuurlijk zeer open gesteld om ze soms heel erg te misleiden. Maar dat is het leuke ervan. Uiteindelijk zijn er drie boeken in het pak te zien, de kinderen mogen stemmen om te weten te komen welk boek er voorgelezen gaat worden. Soms spannend want het wordt dat boek dat je gekozen had, soms ook heel teleurstellend want je wilde liever dat andere boek. Andere boeken beginnen we met een kort voorspel met de poppenkastpoppen, deze vertellen een kleine tip over wat er gaat gebeuren in het verhaal. Zij sluiten dan ook het verhaal af en helpen mee bij de verwerking van het boek. Marianne van Velzen brengt de boeken zo onder de aandacht: In onze kleutergroep hebben we het hele jaar door een rode draad van prentenboeken.Wij presenteren dat d.m.v. de verteltafel. Elke dag als de kinderen binnenkomen gebeurt daar iets. Dat maakt de kinderen nieuwsgierig en enthousiast. Ze staan soms (werkelijk waar) te springen om weer binnen te mogen om te kijken wat er is gebeurd of wie er staat op de verteltafel. Om een voorbeeld te geven: elk jaar op 21 september als het herfst wordt, komt bij ons kabouter Priem. Dit jaar hadden we op dat moment het eiland van Max met de toverstenen. Daar stond Priem. Hij was naar het eiland toe gevaren, omdat hij daar de herfstkabouter had zien staan. Hij vertelde dat hij het `s morgens en `s avonds zo koud vond geworden. Hij kwam de herfstkabouter ophalen om mee te nemen naar het bos dan konden ze daar een lekkere warme paddenstoel gaan zoeken. De volgende dag stond hij in het bos en er was een koning bij aan wie hij vroeg of hij een paddenstoel kreeg. Nou, dat werd een verhaal voor de kleuters, maar uiteindelijk mocht het. De volgende dag stond er een broertje met een slakje. (Alle kabouters hebben dezelfde voorletter: P) Dat broertje vertelde het verhaal uit het boek: het allermooiste huis van de wereld. Die dag daarop stond er weer een broertje met een eekhoorntje. Die vertelde het verhaal uit het boek: de eekhoorn die slim wilde zijn. En zo gaat het altijd maar door. De rest van de kabouters komen ook allemaal iets vertellen over de natuur in deze tijd. De egels die zich voorbereiden op de winterslaap, de vogels die naar het zuiden gaan, de spinnen die grote webben spinnen etc. Ikzelf put de verhalen uit mooie prentenboeken, die daarna ook weer in onze boekenhoek liggen en prentenboeken van de week kunnen worden. We maken dus ontzettend veel gebruik van prentenboeken. Ariane Thomas heeft een muis die haar helpt:Elke dag lees ik een verhaaltje voor, net voor de kleuters naar hun mama gaan. Om ze stil te krijgen en met volle aandacht doe ik het volgende: Onze klassenpop is een muis en dan zeg ik een versje: Piep,
piep, piep Ik zorg ervoor dat het muisje bij het boek ligt ergens in de klas. En alle kleuters zijn muisstil! Een kleuter(beurtrol) mag dan de muis vasthouden tijdens verhaaltje. G. Alma heeft weer een andere manier: Mijn mooiste, leukste, grappigste, liefste….. boek. Verwerking: Brigitte Oude Kempers heeft dit idee: Om kinderen te prikkelen en nieuwsgierig te maken, kun je het boek op een tafeltje rechtop zetten op een mooie zwarte of diepblauwe zijden doek en op een plaats waar ze het goed kunnen bekijken, met daar om heen spulletjes die over het boek gaan b.v. Een foto van een cavia, een bakje met wat voer, hooi, als je die zelf hebt, een kooi.....enz. Kinderen mogen er natuurlijk aankomen, bekijken en voelen en elkaar het boek "voorlezen".Daarna kun je het boek met de kinderen bespreken en voorlezen. Marjan Derogee heeft een paar leuke tips voor jullie: Als ik de kinderen nieuwsgierig wil laten zijn naar een prentenboek, gebruik ik vaak mijn verteltheater. In mijn theater zit verlichting die (drie) kinderen met een toverstaf (met licht en geluid) en zelfverzonnen spreuk ‘aan’ mogen toveren . Zo worden ze betrokken bij wat er gaat komen. Ook heb ik nog de ‘vertelmuisjes’, dat zijn twee vingerpoppetjes die ik voor het verteltheater kan zetten bij een waxinelichtje op batterijen (tip!). De vertelmuisjes zijn dol op verhalen bij kaarslicht (je kunt er als je creatief bent ook een ‘kampvuurtje’ van maken waar de verhalen worden verteld). Als allerlaatste tip: Ik heb geen verhaal dat in het verteltheater past. Dan zorg ik dat ik attributen heb die passen bij het verhaal en die ik als schimmenspel heb klaargezet in het verteltheater. Ik heb een kort gesprekje met de kinderen over wat ze zien en start daarna het verhaal. Wouter van Roosmalen bracht ten slotte de gouden tip aan de orde: In mijn groep 1/2 maak ik kinderen nieuwsgierig naar boeken door er veel vragen bij te stellen. We beginnen met het bekijken van de voorkant: Wat zie je allemaal? Kent iemand het boek al? Waar zal het boek over gaan? Dan lees ik de titel voor: Als er een naam in de titel staat vraag wie dat zou kunnen zijn? Vaak komen de kinderen ook met vragen. Is het een jongen of meisje? (vooral bij dieren) Hoeveel jaar zal die zijn? Weten we nu wat meer waarover het boek zal gaan? Dan gaat het boek open. Ook het schutblad krijgt aandacht: Is het gekleurd? Staat er iets op? De titel wordt nogmaals herhaald: Misschien weet een kind het nog. Dan begint het boek. Tijdens het voorlezen krijgen we antwoord op sommige vragen. Naar gelang het binnen het verhaal past ga ik daar op in. Anders komt het aan het eind van het verhaal. In het midden van het boek stellen we onze verwachtingen bij: Bevestigen van vermoedens of bijstellen van verwachtingen door de kinderen eventueel geholpen door mijn vragen. Ook de afloop voorspellen vinden de kinderen leuk. Aan het eind gaan we na of het ging zoals wij verwachtten. Eventueel a.d.h.v. de illustraties worden delen herhaald. Ook maken we in een kleine kring met pictogrammen een soort boekverslag dat opgehangen kan worden in de klas. Dan krijgt het boek een prominente plek in de klas. Daar kan je het pakken als je het nog eens wil lezen. Soms heb ik een dier uit het boek erbij als knuffel of gewoon zo'n plastic dier. Het boek wordt meerdere malen voorgelezen. Vaak haal ik een exemplaar uit de bibliotheek en vertel de kinderen wanneer ik het terug zal brengen. We worden er erg nieuwsgierig van. Wouter
heeft inmiddels het boek
Dit is het begin van deze nieuwe pagina. Er komen nog veel meer leuke prentenboekideeën op. Misschien kunnen jullie ons helpen? Stuur je prentenboekideeën naar redactie.12@compei.nl.
Terug naar boven. |