Buiten opdrachten
- Verschillende soorten hout
- Takken
- Bladeren
- Sieraden uit het bos
- Knutsels van boomvruchten
- Bladeren stempelen
- Een vier-seizoenen-boom
|
1. Verschillende soorten hout
- Ga op zoek naar verschillende houtsoorten. Vaak hebben doe-het-zelvers of houthandelaren
reststukjes liggen van bijvoorbeeld vurenhout, grenenhout, balsahout, eikenhout en
beukenhout. (Je kan ook gewoon uit het park of het bos afgewaaide takjes meenemen.)
- Bekijk de stukjes hout. Plak op elk stukje de naam van de boomsoort. Zoek in boeken naar
plaatjes van de bomen.
- Ruiken alle stukjes hetzelfde?
- Voelen alle stukjes even glad aan?
- Vergelijk de nerven met elkaar. In welke stukken hout zijn de nerven duidelijk te zien?
- In welke stukjes hout zitten knoesten? Op die plek hebben takken gezeten.
2. Takken
Vraag of je vader of moeder je hierbij helpt. Binnen kun je takken snel laten uitlopen.
Snijd met een snoeimes of snoeischaar (PAS OP!) een paar takken van een boom. Bekijk de
knoppen met de kinderen.
- Welke kleur hebben de knoppen?
- Sprenkel wat druppels water over de knoppen. Wat gebeurt er met het water?
- Voel voorzichtig aan de knoppen. Hoe voelen ze aan? Zijn de knoppen kleverig?
- Haal voorzichtig een knop van de tak en probeer de knopopen te peuteren. Gaat dat
gemakkelijk? Wat zie je?
Zet de takken in een pot met water en zet de pot op een zonnige plek neer. Na een paar
dagen gaan de knoppen open en komen er bladeren uit.
3. Bladeren rubben
Zoek een paar mooie bladeren uit. Leg een blad met de bladnerven naar boven onder een
vel papier. Houd met één hand het papier vast en ga met de andere hand met een
vetkrijtje gelijkmatig over het papier. Nu verschijnen de omtrek en de nerven van het blad
op het papier. Nog mooier wordt het als je met een andere kleur krijt een ander blad over
het eerste blad rubt.
4. Sieraden uit het bos
Knip met een snoeischaar (PAS OP!) kleine stukjes van dunne takken. Kies takken met een
zachte kern zoals een vlier. Boor met een dunne fretboor (PAS OP!) gaatjes in de stukjes
tak(ongeveer op de helft) in kastanjes, eikels, esdoornzaden, zonnepitten en andere
vruchten of zaden. Je kunt ook gekleurde kralen nemen.
Doe aan een lange, stevige draad een naald en rijg er de stukjes van de takken, de zaden,
de vruchten of de kralen aan. Maak er een ketting, een armband of een riem van.
5. Knutsels van Boomvruchten
- Egeltje: zoek een stukje bolster van een kastanje die over een eikel past. Smeer de
eikel in met lijm en druk de bolster voorzichtig op de eikelpunt.
- Fluitje: houd het hoedje van een eikel vast door je duimen over de opening te leggen.
Maak met je duimen een smalle opening en blaas hard. Flink oefenen.
- Tonnetje: prik met een prikpen een gaatje in de bovenkant van de eikel. Stop hier een
afgebrande lucifer in en de tol is klaar.
6. Bladeren stempelen
Teken of schilder een boom zonder bladeren op een groot vel papier. Doe op een schotel
een beetje groene, witte en zwarte plakkaatverf. Doop een vingertop voorzichtig in de
kleurenverf. Druk nu je vingertop op een tak van de boom en maak een mooie afdruk. Zo maak
je boom af met mooie bladeren.
7. Een vier-seizoenen-boom
Verzamel papieren kokers van vloerbedekking, verpakkingen, keukenrollen en
toiletrollen. Verf de kokers bruin. gebruik de dikste koker als stam. Maak aan de
bovenkant van de stam stevige draden vast en rijg hieraan de overige kokers. Maak
zijtakken door aan de takken weer draden vast te maken. Laat de boom hete hele jaar staan
en pas hem aan het jaargetijde aan. Maak er in het voorjaar bloesem aan door er bloemen
van vloeipapier aan te plakken. Zorg dat de boom 's zomers vol hangt met groene bladeren.
Verwissel in het najaar de groene bladeren voor echte herftsbladeren en vruchten. 's
Winters kan de boom kaal blijven. Gebruik een echte boom in de omgeving om te zien wat en
wanneer er iets aan de boom verandert.

|