OWG - OnderWijsWerkgroep, Roermond
                                Terug naar de overzichtspaginaNaar de vorige pagina  
     
Je bent nu op pagina:  1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
 

 


Inhoud

Inleiding
Planten
Dieren
Schimmels

Vragen
Opdrachten
Tips
Links en
adressen

Een vlinder
Druk hier om dit plaatje te vergroten!

 

 

 


Vlinders brengen stuifmeel van de ene bloem naar de andere. Op die manier zorgen ze voor de bestuiving (bevruchting). Ze gaan daarbij af op de kleur van de bloemen en de geur van de nectar die ze waarnemen met hun voelsprieten. De smaak proeven ze niet met hun tong, maar met de zintuigcellen die in de haartjes van de poten zitten. De tong dient alleen om de nectar, die soms diep in de bloem zit, te pakken te krijgen. Daarom hebben ze een extra lange tong die uitgerold kan worden.
Dagvlinders hebben over het algemeen meer opvallende kleuren dan nachtvlinders. Door hun kleurpatronen vallen dagvlinders nauwelijks op als ze op een felgekleurde bloem zitten. Sommige vlinders hebben grote ogen op hun vleugels, waarmee ze vijanden kunnen afschrikken (bijvoorbeeld de nachtpauwoog).
Er zijn vier belangrijke stadia in het leven van een vlinder. Hij wordt geboren uit een ei als rups. Die rups vreet zich vol aan diverse bladeren en spint zich dan in tot pop (cocon). In herfst en winter zie je die cocons wel eens onder de bladeren hangen. In die cocon gebeurt van alles tot er in de lente een mooie vlinder uit kruipt. Die vlinder paart en legt eitjes en dan begint de kringloop weer van voren af aan.

 

© 2000 OWG-Bureau