|
|
Inhoud
Inleiding
Planten
Dieren
Schimmels
Vragen
Opdrachten
Tips
Links en
adressen

|
|
Vlinders
brengen stuifmeel van de ene bloem naar de andere. Op die manier zorgen
ze voor de bestuiving (bevruchting). Ze gaan daarbij af op de kleur
van de bloemen en de geur van de nectar die ze waarnemen met hun voelsprieten.
De smaak proeven ze niet met hun tong, maar met de zintuigcellen die
in de haartjes van de poten zitten. De tong dient alleen om de nectar,
die soms diep in de bloem zit, te pakken te krijgen. Daarom hebben ze
een extra lange tong die uitgerold kan worden.
Dagvlinders hebben over het algemeen meer opvallende kleuren dan nachtvlinders.
Door hun kleurpatronen vallen dagvlinders nauwelijks op als ze op een
felgekleurde bloem zitten. Sommige vlinders hebben grote ogen op hun
vleugels, waarmee ze vijanden kunnen afschrikken (bijvoorbeeld de nachtpauwoog).
Er zijn vier belangrijke stadia in het leven van een vlinder. Hij wordt
geboren uit een ei als rups. Die rups vreet zich vol aan diverse bladeren
en spint zich dan in tot pop (cocon). In herfst en winter zie je die
cocons wel eens onder de bladeren hangen. In die cocon gebeurt van alles
tot er in de lente een mooie vlinder uit kruipt. Die vlinder paart en
legt eitjes en dan begint de kringloop weer van voren af aan.
|
|