|
|
Inhoud
Inleiding
Planten
Dieren
Schimmels
Vragen
Opdrachten
Tips
Links en
adressen
|
|
1.
Noem de voornaamste boomsoorten en zeg hoe je ze kunt herkennen. Teken
van elk, liefst naar de natuur,
de bladvorm.
2. Zoek alle mooie planten, die je maar in je omgeving
kunt vinden. Droog ze tussen vloeipapier en plak
ze daarna met smalle strookjes papier
in een apart schrift. Je hebt dan een herbarium. Schrijf onder elke
plant: de naam, de vindplaats en datum.
3. Wie ziet kans een excursie naar een naburig bos
te organiseren? Roep zo nodig de hulp in van een bosbouwer
of van een andere deskundige.
4. Leg een bruine boon in vochtig zaagsel of in een
sponsje. Zet na een paar dagen op het worteltje met inkt
een paar streepjes, alle dicht bij de worteltop op een onderlinge afstand
van 1 mm. Leg de boon daarna weer
terug in het vochtige zaagsel en bekijk enkele dagen later nog eens
de stand van de streepjes.
5. Vroeger gebruikte men galappels voor het maken
van inkt vanwege het vele looizuur dat ze bevatten. Probeer
het zelf maar eens. Steek een paar galappeltjes aan een roestige spijker
en zet ze dan in een beetje water.
Er ontstaat inkt die niet zo best is, maar je kunt er toch mee schrijven.
6. Wie nemen er de volgende keer een aantal planten en
takjes van struiken en bomen mee? Daarmee kun
je in de klas een wedstrijd houden wie de meeste herkent.
7. Schrijf acht of meer bomen en heesters op die
je in het echt hebt gezien.
8. Schrijf vijf of meer kruidachtige planten uit
het bos op die je zelf hebt gezien.
9. Maak met een groepje een gemeenschappelijk werkstuk
over het bos met plaatjes en tekeningen.
10. Zoek in de paddestoelengis of in het bos naar voorbeelden
van een plaatjeszwam, een buisjeszwam, een
knolzwam en een stuifzwam. Zoek een plaatje en schrijf daarbij de voornaamste
kenmerken op.
|
|