OWG - OnderWijsWerkgroep, Roermond
                                             Naar de openingspaginaTerug naar de overzichtspagina  
     
Je bent nu op pagina:  1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
 

 


Inhoud

Inleiding
Planten
Dieren
Schimmels

Vragen
Opdrachten
Tips
Links en
adressen


Druk hier om dit plaatje te vergroten!

 

 

 

 


Varens hebben veel behoefte aan water en schaduw. Daarom zie je ze vaak in lichte bossen en langs schaduwrijke rivieroevers. Tegen het einde van april verschijnen ze als kleine, spitse plantjes. Ze lijken op groene, opgerolde slangetjes. Langzaamaan ontvouwen die zich tot tere groene bladeren. Sommige varens zijn zo klein en mosachtig dat een volledige plant niet groter is dan een vingertop. De meeste varens in onze bossen wortelen in de grond.

Sommige zijn kruidachtig, andere lijken op struiken. Er zijn kruipende, klimmende en wandelende varens. De wandelende varen heeft donkergroene bladeren die omlaag buigen en gaan wortelen als ze de grond raken. Op die punten ontstaan jonge varentjes.

Varens waren de eerste planten met wortels, stengels en bladeren. Ze hebben geen bloemen, maar planten zich voort door sporen. Op de onderzijde van de vruchtbare bladeren ontstaan kleine goene plekjes die al gauw donker worden. Dit zijn de sporenhoopjes. Een sporenhoopje is een verzameling van sporenhouders. Bij droogte springt de sporenhouder open en worden de sporen door de wind meegenomen. Als de spore op een vochtige warme plaats valt ontkiemt daar een nieuwe varen.

 

© 2000 OWG-Bureau