|
|
Inhoud
Inleiding
Planten
Dieren
Schimmels
Vragen
Opdrachten
Tips
Links en
adressen
|
|
Paddestoelen
groeien uit sporen. Als de spore op een goede groeiplaats terecht komt,
groeit daaruit een netwerk van dunne draadjes, de zwamvlok. De draden
van de zwamvlok halen water en voedsel uit de omgeving waarin ze leven.
Sommige soorten halen hun voedsel uit levende planten (of dieren) en
heten daarom parasieten. Veel paddestoelen leven echter van dood materiaal,
zoals bladeren en rottend hout. Ze ruimen dus afval op en zijn erg nuttig.
Als je voorzichtig een stukje van een rottende boomstam optilt, zie
je eronder een wirwar van witte draadjes. Dat is een zwamvlok.
Hier
en daar groeit een bol op de draden van de zwamvlok. Op een gegeven
moment barst er een paddestoel uit die bol. De ring of kraag op de steel
is de rest van een vlies dat de onderkant van de hoed bedekte. De bol
wordt een hoed in de vorm van vlakke schijf of trechter. De volwassen
paddestoel vormt miljoenen sporen. De hoed van de paddestoel is een
soort paraplu die zorgt dat de sporen droog blijven als het gaat regenen.
Bij plaatjeszwammen groeien de sporen op de plaatjes of lamellen aan
de onderzijde van de hoed. Bij de buisjeszwammen groeien de sporen in
de buisjes waarvan je de uiteinden als gaatjes ziet. Bij stuifzwammen
en andere paddestoelen met een bolvormig lichaam groeien de sporen binnen
in de bol. Als de sporen rijp zijn barst de bol open als hij door een
dier, de regen of de wind bewogen wordt.
In
weilanden en bossen kun je soms paddestoelen van dezelfde soort in een
kring zien groeien. Daar kon de zwamvlok dus ongehinderd alle kanten
uit. Maar omdat de zwamvlok in het midden afstierf door gebrek aan voedsel
groeien de paddestoelen alleen aan de rand. Elk jaar wordt de ring groter.
Men noemt dit een heksenkring, omdat men lang geleden dacht dat een
heks daar gedanst had.
|
|