[ Lessen uit
de praktijk ] [ Oefeningen ] [ Materialen/Informatie ]
HOUDING -LOSMAAKOEFENINGEN
MARIONET:
De leraar doet alsof hij de armen van een pop met touwtjes bedient. De leerlingen
volgen de bewegingen met de armen.
variatie: Een touwtje aan elke pols van een leerling binden . Leerling speelt pop en laat
de bewegingen door de leraar via de touwtjes sturen.
HOOFD DRAAIEN:
Staan met handen in de zijde. Schouders draaien naar links en rechts.
variatie: Zelfde oefening maar het hoofd niet laten meedraaien (ogen fixeren op één
punt)
SCHOUDERTEST:
Een arm achter het hoofd steken, zover dat je met de hand aan of over je mond komt .
(beurtelings beide armen proberen)
HOUDINGCONTROLE:
De leerlingen recht op de stoel laten zitten (zonder leuning te raken). De rechte
houding van de rug controleren door er beurtelings bij ieder een plank tegen te houden.
MONDGYMNASTIEK:
Met behulp van een rubberen gezicht (dat door vingers kan worden gemanipuleerd). De
leerlingen proberen deze grimassen na te doen.
WANGEN LOSMAKEN:
Het hoofd schudden zodat lippen en wangen ietwat wiebelen (zoals bij doghonden)
ARMEN LOSMAKEN:
Voorover buigen, armen slap laten hangen en schudden
EVENWICHT:
Op één been staan met de ogen dicht
BENEN :
Loopbewegingen doen zonder de voeten te bewegen. Variatie: Langlaufbewegingen maken
zonder de voeten te bewegen.
TONGGYMNASTIEK:
Tong uitsteken, rond de lippen draaien, de tanden tellen
REKOEFENING:
Beurtelings linker- en rechterhand zo hoog mogelijk opsteken
HOOFD:
Het hoofd opzij trekken met de hand
LANGNEK:
Kaarsrecht zitten, hals rekken en hoofd links en rechts draaien (zoals Langnek in de
Efteling)
LOPEN:
Loopbeweging terwijl de voeten als aan de grond geplakt blijven
PAL STAAN:
Staan met de voeten ongeveer 35 cm. uit elkaar. De leerkracht stoot links of rechts
tegen de schouder.
ARMOEFENING:
Armen naar voor/naar achter strekken met de vingers in elkaar. Variatie: Probeer met
de handen overal aan de rug te komen.
MONDOEFENING:
Kauwen lijk een koe.
SPIEGELOEFENING:
De mondbewegingen van de leerkracht nadoen.
JA OF NEE:
Ja-knikken met het hoofd terwijl men nee zegt en omgekeerd. Variatie: vraag stellen .
De leerlingen antwoorden ja of nee en knikken omgekeerd met het hoofd.
RADEN:
Een leerling krijgt een kaartje te zien met daarop een uitdrukking (bang, boos, pijn,
... )Hij probeert deze gezichtsuitdrukking weer te geven. De andere leerlingen raden wat
bedoeld wordt.