MUZIKALE SPELLETJES




Muziek

terug

Het volgende overzicht aan spelletjes is niet bedoeld als deel van een muzikale methode. Ze zijn min of meer te hooi en te gras verzameld en kunnen wat mij betreft ook zodanig gebruikt worden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de spelletjes zinloos zijn, echter het is vaakmoeilijk te omschrijven welke doelen er precies mee gediend zijn. In het algemeen kunnen zegezien worden als voorbereiding op verdere muzikale vorming. Ze kunnen goed dienen als stemmingsmaker,of als leuke afsluiting van een muziekles. Misschien zelfs alleen maar om even stoom af te blazen...

Eerste versie gemaakt op 18 mei 1996.
Opbouwende kritiek wordt op prijs gesteld!
Wim Leenen


1. SPELLETJES MET MINIMALE ORGANISATIE

Voor deze spelletjes is praktisch geen voorbereiding noodzakelijk.

1.1 Het geluidenvierkant

De lkr. tekent op het bord een groot vierkant. Dit wordt vervolgensin een aantal hokjes verdeeld. In samenspraak met de kinderenverschijnt in ieder hokje een tekening van iets dat geluik maakt.(Bv. hond, auto, wind, enz..) Als de tekeningen worden aangewezenmaken de kinderen het geluid met hun mond.

1.2 De menselijke xylofoon

Eenaantal kinderen staat met vooruit gestrekte armen voor de klas envormt op die manier een soort xylofoon. Ieder krijgt een enkeletoonhoogte van een simpel liedje toegewezen. (Bv. Sinterklaaskapoentje.) iemand anders "bespeelt" de xyfoon door op de armen tetikken. De kinderen mogen alleen de woorden die bij hun toonhoogtepassen zingen.

1.3 Liedje opnieuw in elkaar zetten

Een eenvoudig lied wordt in een aantal fragmenten verdeeld. Dekinderen krijgen er ieder een enkel toegewezen. De kinderen staanverspreid door het lokaal en zingen ieder bij herhaling hun eigenstukje van het lied. Iemand anders moet de kinderen in de goedevolgorde voor de klas zetten en zo het liedje weer "repareren".

1.4 Liedje op dierengeluiden

De klas wordt in enkele groepen verdeeld. Er wordt een eenvoudigliedje gekozen. Iedere groep bedenkt een dierengeluid en oefentvervolgens het liedje met het betreffende geluid. Een "dirigent"wijst tijdens het zingen naar steeds verschillende groepen. Desnelle wisseling van geluiden geeft een grappig effekt.

1.5 Fantasieinstrument

Men neemt een oude tas of plastic zak. Om de beurt pakt een van dekinderen er een denkbeeldig muziekinstrument uit. Vervolgens wordtdit met gebaren gedemonstreerd. De anderen raden wat het is.

1.6 Teken een liedje

De klas wordt in een aantal groepjes verdeeld. Van iedere groep mageen kind op het bord tekenen. De lkr. fluistert de tekenaars detitel van een liedje in het oor. Terwijl de kinderen tekenenprobeert de rest van de groep het liedje te raden. Wie het eerstzingt heeft gewonnen.

Terug


2. SPELLETJES OP MUZIEK

De volgende spelletjes maken gebruik van muziek die vanaf cassete ofCD wordt afgespeeld. De lkr. kan natuurlijk ook zelf spelen ofimproviseren.

2.1 Muzikaal spiegelbeeld

De kinderen staan in paren tegenover elkaar. Op de maat van(rustige) muziek maakt een van de twee rustige bewegingen met dehanden. De ander probeert deze als "spiegel" zo nauwkeurig mogelijkte volgen. Het beste kan men eerst de handen tegen elkaar aanhouden. Afhankelijk van de concentratie kunnen de bewegingen steedslosser en vrijer worden.

2.2 Stop!

De kinderen bewegen vrij op muziekdoor de ruimte. Als het geluid stopt"bevriezen" de kinderen in de houding die net aangenomen was.

2.3 Maak een figuur

Met de kinderen wordt een geometrische figuur afgesproken, bv. eencirkel. Terwijl de muziek speelt loopt iedereen door elkaar. Alsde muziek stopt moet de groep zo snel mogelijk de afgesproken figuurvormen.

2.3 Tableau vivant

De kinderen lopen op rustige muziek rond in een kring. Ieder heefteen nummer. Als de muziek stopt moet de eerste naar het midden gaanen daar een bepaalde houding aannemen. Als de muziek weer stopt nr.2 enz. Men raakt elkaar aan en vormt op dei manier in het middeneen "tableau vivant".

2.4 Leiden en volgen

De leerlingen staan in paren met het gezicht naar elkaar toe. Zepakken elkaar niet beet, maar drukken slechts losjes de handen tegenelkaar. Op rustige muziek loopt de "leider" achteruit en neemt zode ander mee. Men kan ook zonder lichaamskontakt proberen te volgenaan een heel kort, denkbeeldig touwtje.

2.5 Blind dansen

De "volger" heeft de ogen dicht. De "leider" pakt hem aan de handen samen dansen ze op rustige muziek door de ruimte.

Terug


3. SPELLETJES MET EEN BLINDDOEK.

3.1 Opsporing verzocht

De kinderen zitten in een kring. In het midden staat eengeblinddoekte leerling. Verschillende kinderen hebben eeninstrument. De geblinddoekte krijgt opdracht een bepaaldinstrument, bv. de tamboerijn te zoeken. Natuurlijk spelen alleinstrumenten door elkaar...

3.2 Stoel verwisselen

Kinderen weer in de kring, geblinddoekte in het midden. Tweetegenover elkaar zittende leerlingen verwisselen van plaats zondergetikt te worden.

3.3 Wie zingt het hardst?

Kinderen in een kring, geblinddoekte in het midden. Een aantalkinderen singt een liedje. Een van hen zingt harder dan de rest.De geblinddoekte probeert te horen wie dit is.

3.4 Warm en koud

De kinderen staan verspreid in de ruimte. Een geblinddoekte moeteen bepaald kind proberen te vinden. Men leidt hem door harder ofzachter in de handen te klappen.

3.5 Wandeling met hindernissen

De kinderen staan als obstakels in de ruimte verspreid. Iedereenheeft een instrument. Een geblinddoekte moet tussen de obstakelsdoorlopen zonder iemand te raken. Als hij te dichtbij komt speelthet instrument als waarschuwing.

3.6 Rattenvanger

Een geblinddoekte volgt op het gehoor een konstant spelendinstrument. De leider ziet er op toe dat de "blinde" nergenstegenaan loopt.

3.7 Opvangen!!

Een geblinddoekte danst op de maat van de muziek recht op een muuraf. tegen de muur staan kinderen die hem (op tijd!) opvangen.

3.8 Bestuurd per instrument

Door het bespelen van 4 instrumenten worden 4 looprichtingenvastgelegd. Een geblinddoekte laat zich door deze geluiden omobstakels heen leiden.

Terug


4. SPELLETJES MET INSTRUMENTEN

Als instrumten gebruiken we het klein slagwerk uit de Orff-selektie.

4.1 Welk instrument ontbreekt?

Een aantal kinderen krijgt een instrument. Een leerling neemt goedop welke instrumeten dit zijn. Hij gaat met de rug naar het geluidzitten terwijl alle instrumenten op een na spelen. Welk instrumentontbreekt?

4.2 Wat was de volgorde?

Een aantal instrumentjes wordt in een bepaalde volgorde bespeeld. Een leerlingluistert aandachtig toe. Vervolgens moet hij de instrumenten weer in de goedevolgorde aanwijzen

4.3 Imitatiespel

Twee groepen kinderen zitten in een rij met de rug naar elkaar toe.Iedere groep heeft dezelfde instrumenten. De leerktacht laat,onzichtbaar voor de andere groep, een kind uit de ene groep op hetinstrument spelen. Het kind uit de andere groep met het het zelfdeinstrument moet op dit geluid antwoorden.

4.4 Muzikale marionetten ("robot")

De kinderen staan vrij in de ruimte. Geluiden van instrumentenvormen signalen waarop de leerlingen als "robots" moeten reageren.een "dirigent" kan eventueel het bespelen van de instrumeten (en dusde bewegingen van de robot) sturen.

© 2000 OWG-Bureau