Terug naar de pagina voor leerkrachten Terug naar beginpagina

Les 1 | Les 2 | Les3


1. Het gedicht

Sikje met zijn koekjesblikje

Sikje Smikkel heeft een kastje,

en in 't kastje staat een doosje.

In dat doosje zit een doosje,

in dat doosje weer een doosje.

"Kijk en daarin zit," zegt Sikje,

"'t Sleuteltje van 't koekjesblikje!"

"En dat koekjesblik," zegt Sikje,

"dat zit in het eerste laatje.

En de sleutel van dat laatje

zit weer in het tweede laatje!"

"'k Heb het toch zo druk," zegt Sikje,

"met dat malle koekjesblikje!"

Sik zou koekjes presenteren,

maar de gasten, met hun achten,

(sleutels, doosjes, laatjes!) dachten:

"Daarop kunnen we niet wachten!"

Floep, en weg ging het bezoekje,

hopla ho! en zonder koekje!

Wat? Voor koekjes geen geduld?

Sikje heeft ze opgesmuld!

 

Marga Bosch van Drakenstein

Bron: "Ik geef je niet voor

Een kaperschip

Met tweehonderd

witte zeilen"

Gedichten gekozen door

Tine van Buul en Bianca Stigter


 

2. Doelgroep

Onderbouw


 

3. Analyse

Wat opvalt aan dit gedicht is dat in de eerste twee strofen alleen de laatste twee regels eindrijm bevatten. De andere strofen bevatten meer eindrijm. In de eerste strofe komt het woord doosje een heleboel keer voor. In de tweede strofe is het het woord laatje dat een aantal keer herhaald wordt. Verder zie je dat er veel verkleinwoorden worden gebruikt.

De betekenis van de tekst leent zich goed om over te praten, maar zeker ook om uit te spelen.


 

4. Doelstellingen

- De kinderen kunnen een deel van het gedicht verbeelden.

  (Het opzoeken van de koekjes van Sikje)

- De kinderen kunnen vragen stellen aan Sikje, die logisch voortkomen uit de tekst.

- De kinderen kunnen zoeken a.d.h.v. gerichte aanwijzingen.

- De kinderen doen inspiratie op om zelf een soortgelijk verhaal uit te spelen in de 
   poppenhoek.

- De kinderen kunnen zich inleven in iemand anders.

   ("Waarom zou hij dat gedaan hebben?")

- De kinderen worden zelf actief bij de inhoud van het gedicht betrokken.


 

5. Lesbeschrijving

Voorbereiding leerkracht

- Zorgen voor een kastje met minimaal een deurtje en twee laatjes.

  (Deze laatjes mogen eventueel ook in een ander kastje zitten.)

- De sleutel inpakken zoals in het gedicht staat beschreven.

- Zorgen voor een blik met slot met daarin voor iedereen een klein koekje.

- Zorgen dat alle benodigde attributen op de goede plaats in het kastje liggen, het liefst 
   tussen een aantal andere spullen, zodat de kinderen werkelijk een beetje moeten
   zoeken.

- Twee poppen in de vorm van kabouters klaarleggen, Sikje en Puntmuts.

- Een andere sleutel in de klas of op het schoolplein verstoppen.

 

Introductie/presentatie

- Ga met de kinderen in de kring zitten en laat het Sikje zien. Vertel de kinderen dat je
   hen iets wil vertellen over hem.

- Lees (in een vlot tempo) strofe een en twee van het gedicht voor. Zorg ervoor dat het 
   kastje duidelijk in het zicht staat.

- Vraag aan de kinderen: Het is wel ingewikkeld he? Begrijpen jullie hoe het precies in
   elkaar zit?

- Lees dit stuk van het gedicht nog een keer (langzaam) voor en laat de kinderen 
   nauwkeurig luisteren.

- Vraag aan de kinderen: Wie denkt dat hij de koekjes zal kunnen vinden?

- Wijs een van de kinderen aan die, terwijl je dit stuk van het gedicht nog een keer 
   voorleest, de aanwijzingen mag proberen op te volgen en zo de koekjes zal vinden. 
   Lees het gedicht zo voor dat je gelijk met het kind blijft lopen. Langzaam en in stapjes 
   lezen dus!

- Laat aan de kinderen zien dat er echte koekjes in de trommel zitten.

- Vertel dat het verhaal nog niet afgelopen is, herhaal de laatste twee regels van de
   tweede strofe en lees het gedicht verder uit.

- Vraag aan de kinderen: Waarom zou Sikje zij koekjes zo goed opgeborgen hebben,
   denk je? (Zou hij dat expres gedaan hebben zodat hij ze alleen op kon eten?)

Laat de kinderen reageren.

- Stel voor om het eens aan Sikje zelf te vragen en laat een van de kinderen dit ook 
   doen.

- Sikje vertelt dat zijn koekjes weleens gepikt zijn en dat hij bang was dat dit weer zou 
   gebeuren.

- Vraag aan de kinderen of zij n.a.v. het gedicht nog meer vragen aan Sikje willen stellen 
   en geef hen hier de gelegenheid voor. Laat Sikje antwoorden.

- Vraag jezelf hardop af (indien de kinderen dit nog niet gevraagd hebben) of Sikje er
   geen spijt van heeft gehad dat hij alles alleen heeft opgegeten. Laat vervolgens een 
   van de kinderen dit aan Sikje vragen.

- Sikje vertelt dat hij er inderdaad erg spijt van heeft gehad en vraagt aan de kinderen
   of zij kunnen bedenken waarom.

- Laat de kinderen reageren.

- Sikje vertelt dat hij er erg ziek van is geweest, dat hij buikpijn had en misselijk was.

- Speel de volgende scene uit:

Leerkracht: " Maar toch heb je weer koekjes gekocht en ze weer zo goed weggestopt"

Sikje: " Ja, ik heb ze gekocht voor als ik weer eens bezoek krijg, maar ik ben nog steeds bang dat iemand ze steelt! Ik doe het voortaan wel anders: Als ik bezoek krijg dan zoek ik van de te voren mijn koekjes vast op. Wees maar niet bang dat ik ze de volgende keer weer alleen opeet, want ik heb mijn lesje wel geleerd! Ik vind het trouwens wel knap dat jullie mijn koekjes zo snel hebben gevonden. Zelf moet ik altijd veel langer zoeken!"

Leerkracht: "Ja kijk, hier zijn ze. We hebben ze netjes in je trommeltje laten zitten, want wij pikken geen spullen van iemand anders! Het zou niet leuk zijn als je je bezoek de volgende keer weer geen koekje kon aanbieden!"

Sikje: "Maar ik krijg voorlopig helemaal geen bezoek meer! Weet je wat? Ik vind het erg goed van jullie dat jullie mijn koekjes niet stiekem opgegeten hebben! En eh, alleen kan ik ze echt niet op! Hebben jullie soms zin in een koekje?"

- Laat een van de kinderen uitdelen.

- Pauzeer even (laat de kinderen bijv. meteen hun eigen eten en drinken nuttigen.
  Je kunt de kinderen ook even iets heel anders laten doen, buiten spelen bijvoorbeeld.)  
  De concentratie zal anders afnemen.

- Ga even de klas uit en kom terug met nog een kabouter, kabouter Puntmuts.

Leerkracht: "Sikje, kijk eens wie ik bij me heb, kabouter Puntmuts.
Hij was naar jou op zoek."

Puntmuts: "Ja ik dacht, Laat ik Sikje weer eens opzoeken"

Sikje: "Wat leuk! Maar wat jammer nou. Nu hebben we net alle koekjes opgegeten!"

Puntmuts: "Dat geeft niet, ik heb toch geen trek. Ik zit namelijk met een groot probleem!"

Sikje: "O ja? vertel eens. Misschien kunnen de kinderen wel helpen. Zij zijn zo slim. Ze hebben zelfs mijn koekjes gevonden!"

Puntmuts: "Jouw koekjes? Wat was daar dan mee?"

- De leerkracht leest het gedicht nog een keer voor.

- Leerkracht tegen de kinderen: En kunnen jullie nog vertellen wat er toen gebeurde?
  (Hij werd ziek)

Puntmuts: "Dat is niet zo slim!

Maar ik denk dat ik zelf nog dommer ben!

Leerkracht: "O ja?"

Puntmuts: "Mijn koekjes zijn ook weleens gestolen en toen heb ik ook de sleutel van mijn koektrommel verstopt. Mijn probleem is nu dat ik mijn sleutel nergens meer kan vinden en ik krijg nog wel bezoek vanavond!"

Leerkracht: "Deze kinderen zijn heel goed in het vinden van sleutels. (Tegen de kinderen:) Kunnen jullie eens wat plaatsen noemen waar de sleutel verstopt zou kunnen zijn? Misschien verstop je zelf ook weleens iets. Waar doe je dit dan?

 

Verwerking/afsluiting

- De kinderen noemen een aantal mogelijke verstopplekjes op. Puntmuts reageert hierop 
   door te kijken of door te zeggen dat hij hier al gekeken heeft.

- De leerkracht stelt voor om met z'n allen te gaan zoeken.

Voor dit zoeken moeten er natuurlijk wel wat afspraken worden gemaakt met de kinderen. Deze afspraken zijn afhankelijk van de plek waar de sleutel verstopt is. Laat Puntmuts wel vertellen dat hij de sleutel zo verstopt had dat hij hem zou kunnen vinden zonder rommel te hoeven maken (dus niet achterin de kast of onderin de bak met verkleedkleren). Verder zou je bijvoorbeeld nog de aanwijzing kunnen geven dat de sleutel in een bepaald doosje zit. Dit vereenvoudigt het zoeken.

- De kinderen gaan op zoek naar de sleutel.

- Als de kinderen de sleutel gevonden hebben komen zij nog even terug zitten in de
   kring en worden uitgebreid door puntmuts bedankt.

- Sikje vertelt dat hij vindt dat degene die de sleutel echt vond, nog wel iets extra's 
   heeft verdiend en stelt voor dat hij/zij samen met drie vriendjes, de eerst volgende 
   keer dat hier gelegenheid voor is, bij hem op visite mag komen in zijn huis (de
   poppenhoek).

De poppenhoek wordt tijdelijk ingericht als het huisje van kabouter Sikje. Alle attributen uit het verhaal zullen hierin gezet/gelegd worden. Dit huisje blijft in ieder geval staan tot iedereen die dit wil, een keer de gelegenheid heeft gehad om erin te spelen.

Idee: Telkens als er een nieuw groepje kinderen in de hoek gaat spelen leest de leerkracht het gedicht nog eens aan hen voor. De kinderen kunnen dan zelf beslissen of zij hier werkelijk iets mee willen doen.

Miranda de Heus

Miranda de Heus                     OWG-Bureau
Email:
deheus@ibmail.nl                      Email: bureau@owg.nl


Terug naar de pagina voor leerkrachten Terug naar beginpagina

Les 1 | Les 2 | Les3


Copyright 1999 OWG-Bureau, Roermond

Naar de Digitale Basisschool Naar projecten Naar nieuws Naar reacties Naar ouders Naar de kalender Naar juffen en meesters Naar het voorportaal