Domino De opdracht
Je maakt in een groepje van 3 of
4 personen een constructie die de beweging van een vallende
rij dominostenen doorgeeft aan een volgende groep. Iedere groep
moet een afstand van twee meter overbruggen. Iedereen in de
klas krijgt per groep twee meter grond, en een paar dominostenen.
De hele klas moet ervoor zorgen dat de dominostenen van de eerste
tot de laatste steen omvallen. Maar, jullie zijn
niet de enige klas die dit doen. Alle eerste klassen krijgen
een stuk grond. Samen met alle eerste klassen moeten jullie
ervoor zorgen dat alle stenen omvallen!
Om een goede oplossing te vinden voor het
probleem, moet je samenwerken. Samen weet je meer dan één!
Dit betekent dat jullie erg goed naar elkaar moeten luisteren,
dat jullie elkaar uit moeten laten praten. Maar ook dat je goed
over de ideeën van de ander na moet denken. Je moet elkaar
ook eerlijk vertellen waarom je het wel of geen goed idee vindt.
En dat kan allemaal best lastig zijn.
Beschikbare tijd
Introductie
Benodigdheden
-
Tekenpapier
-
Logboek
-
Materiaal naar keuze (katrollen, hout, touw, lego en nog
veel meer)
-
CD "Kijk, zo werkt dat"
-
CD "De techniek interactief"
Voorbereiden en uitvoeren
(Stappenplan)
Denken
Nadat jullie een videoband van Domino 2001
hebben gezien, moeten jullie nu zelf iets gaan bedenken. Dat
bedenken doe je in de klas, samen met andere leerlingen. Je
gaat brainstormen, dit is Engels voor bedenken.
Nadat jullie samen hebben nagedacht, kom je terug in je groepje.
Hier ga je de verschillende ideeën nog eens met elkaar
bespreken. Probeer met elkaar te praten of je het idee wel in
het echt kan maken. Elk bouwwerk heeft een natuurkundig principe.
Dat kan zijn een hefboom, een katrol, tandwielen enz.
Tekenen
Nadat jullie in de groep goed hebben nagedacht,
gaan jullie de 3 beste ideeën tekenen. De eerste manier
van tekenen was schetsen: een beetje losse tekening, zodat je
een beetje weet hoe het eruit komt te zien. Iedereen maakt dus
1 schets. Zet bij de schets heel kort hoe het bouwwerk werkt
(natuurkundig principe). (deze schetsen moeten jullie bewaren
voor het logboek)
Jullie hebben nu 3 schetsen gemaakt. Jullie
moeten nou gaan kiezen welke jullie willen gaan maken. Je kan
dat kiezen op verschillende manieren doen:
-
je kan gewoon een idee aanwijzen zonder te kijken
-
je kan de mooiste kiezen
-
je kan iemand anders (niet uit je groepje) er 1 laten kiezen
-
je kan een onderzoekje doen of je het echt kan maken
Je ziet wel, dat de laatste de slimste is.
Want straks laat je iemand anders kiezen, en dan kan je het
niet eens bouwen! Dat is dan balen, want je verliest dan heel
veel tijd.
Onderzoek doen kan bij Natuurkunde. Daar
is een demotafel. Daar kan je in je vrije tijd naar toe om onderzoek
te doen. Als je heel goed werkt met de studieplanner bij Natuurkunde
mag je zelf tijdens de les dit onderzoek doen! (overleg altijd
met je docent)
De tweede stap bij tekenen is het maken van
een werktekening. Als het goed is hebben jullie van de drie
ideeën er 1 uitgekozen. Hiervan ga je nu de werktekening
maken. Op de werktekening staan maten, teken je op schaal, zie
je verschillende kanten (voor -, boven- en de zijkant).
Ook komen er materialen bij te staan. Van
al deze materialen moet je op gaan schrijven wat je nodig hebt
en hoeveel. Je bent dan bezig met een materiaallijst. (ook deze
tekening en materiaallijst moet je bewaren: voor het bouwen
en het logboek)
Voordat je nu naar de M van maken gaat, moet
je eerst nog iets anders doen. Je moet detailtekeningen gaan
maken van de verbindingen. Dit zijn tekeningen die je laten
zien hoe je alles aan elkaar gaat maken. Misschien ga je wel
gewoon lijmen, of gebruik je schroeven. Maar misschien maak
je het anders aan elkaar vast. Zorg ervoor dat van alles wat
je aan elkaar gaat maken een tekening is. Verdeel deze tekeningen
eerlijk onder elkaar. (ook deze detailtekeningen moet je bewaren
voor het logboek).
Zoals je bij Denken al hebt gelezen, is er
ook een natuurkundig principe. Dit betekent dat jullie bouwwerk
het op een speciale manier doet. Deze manier moet je ook tekenen.
Je moet dus met een tekening duidelijk laten zien hoe jullie
project werkt. Pijltjes die de juiste richting aan geven kunnen
je hier goed meehelpen. Deze tekening mag je nu maken, maar
ook later. Let er wel op dat deze tekening bewaard moet worden
voor het logboek.
Zonder werktekening, detailtekeningen
en materiaallijst kan je niet aan het werk.
Maken
Je verzamelt alle benodigde materialen.
Je bouwt het project. Je controleert tussentijds.
Denk aan; is het stevig en stabiel, niet te lomp, werkt het?
En hoe zijn de onderdelen bevestigd en is het veilig!
Controleren
De laatste stap van het DTMC-model, en ook
de belangrijkste. Eigenlijk moet je altijd tussendoor blijven
controleren. Als je er snel genoeg bij bent, dan kan je het
probleem nog oplossen. De eindcontrole is eigenlijk heel simpel:
Zorgt het bouwwerk van jullie ervoor dat de
dominostenen van de ene naar de andere kant worden omgegooid?
Als het antwoord ja is, heb je het goed gedaan.
Gefeliciteerd!
Als het antwoord nee is, heb je iets niet
goed gedaan. Je moet nu het probleem gaan opzoeken en oplossen.
Reflecteren en beoordelen
(Logboek)
-
Is de opdracht goed uitgevoerd, voldoet
de uitvoering aan de eisen?
-
Hoe heb je de opdracht ervaren?
-
Was het een leuke of een minder leuke
opdracht?
-
Wat ging er goed en wat ging er niet goed
en waarom?
-
Wat zou je de volgende keer anders doen?
-
Klopte de werkplanning of moest de werkplanning
tussentijds bijgesteld worden?
-
Noem minstens twee dingen die je geleerd
hebt.
-
Wat sprak je aan en wat niet?
-
Welke eisen worden er aan je gesteld en
kun je en wil je daaraan voldoen?
-
Welke overbrengingen zitten er in jullie
project?
-
Maak hiervan een principetekening.
|