WiskundE-brief nr. 206 2-12-2001

De WiskundE-brief is in de eerste plaats gericht op wiskundedocenten in het Voortgezet onderwijs.
Bedoeling is elkaar snel op de hoogte te houden van, en meningen uit te wisselen over voor hen relevante zaken, met enige nadruk op ICT en nieuwe ontwikkelingen
De redactie wordt gevormd door Jos Andriessen en Gerard Koolstra.
Bijdragen zijn welkom via j.andriessen@hccnet.nl of we-b@xs4all.nl
De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of niet te publiceren. Deze brief wordt gestuurd naar ruim 1100 adressen.
Archief is te bekijken via http://www.digischool.nl/wi/WiskundE-brief

in dit nummer:

- NEDERLANDSE VERSIE WINPLOT

- KEUZE VOOR PROFIELEN STABILISEERT


NEDERLANDSE VERSIE WINPLOT

U kent waarschijnlijk het grafiekenprogramma Winplot, gemaakt door de Amerikaan Richard Parris - Peanut Software - .
Met dit freeware (!!!) programma kunnen 2- en 3-dimensionale grafieken kunnen worden geplot, en kunnen allerlei eigenschappen hiervan worden onderzocht. Grafieken kunnen gemakkelijk worden geplakt naar tekstverwerkers zoals bijv. Word.
Dit mooie programma is nu ook beschikbaar in Nederlandse vertaling. Zowel de menuknoppen als de helpteksten zijn in het Nederlands. Te downloaden, via de sofwarelinks van het wiskundelokaal van de digitale school, www.digischool.nl/wi (klik op de Nederlandse versie. Rick Parris zorgt op deze internetpagina ook zeer regelmatig voor updates), of rechtstreeks via http://math.exeter.edu/rparris/peanut/wpnl32z.exe.

De vertalers, Max Blommestijn (mfblom@wanadoo.nl) en Jos Remijn (jre@dalton-vatel.nl)


KEUZE VOOR PROFIELEN STABILISEERT

Net zoals in 1999 en 2000 heeft ook dit schooljaar circa 70% van de leerlingen in 4 havo voor een maatschappijprofiel gekozen en 30% voor een natuurprofiel. Ook in 4 vwo is er sprake van een vergelijkbaar keuzepatroon met voorgaande jaren: 53% kiest voor een maatschappijprofiel en 47% voor een natuurprofiel. Deze cijfers en nog veel meer (vakkenkeuze, zittenblijven, slagen/zakken, opstroom) zijn te vinden in het verslag van de eerste peiling van schooljaar 2001-2002 in het kader van de monitoring tweede fase, dat staatssecretaris Adelmund onlangs naar de Tweede Kamer heeft gezonden.

In deze peiling werden vier thema' s aan de orde gesteld:

De uitkomsten zijn gebaseerd op de gegevens van 232 scholen (dat is 42% van de scholen voor havo en/of vwo). In het onderzoek zijn de gegevens van in totaal meer dan 77.000 leerlingen betrokken.

Stromen of profielen

Het geringe aantal scholen dat op havo de leerlingen eerst in een stroom groepeert loopt steeds verder terug: van 8, via 7 naar nu 5%. Op het vwo is sprake van stabilisatie: 45% van de scholen laat in de 4e klas de leerlingen eerst voor een stroom kiezen. In de 5e klas is het percentage scholen dat leerlingen nog in stromen indeelt verwaarloosbaar.

Profielkeuze

De keuzepatronen van leerlingen in 4 havo stabiliseren zich: de maatschappijprofielen blijven circa 70% van de leerlingen trekken, de natuurprofielen circa 30%. Wel is er enige verschuiving zichtbaar van NT naar NG: van circa 15-15% naar circa 17%(NG)-13% (NT). Het profiel Cultuur en maatschappij werd ook dit jaar weer door iets meer dan 30% van de leerlingen geko-zen. Het profiel Economie en Maatschappij stabiliseerde zich op iets minder dan 40%.
Ook in 4 vwo betreft is er sprake van stabilisering: de maatschappijprofielen blijven iets meer dan de helft van de leerlingen trekken (53%), de natuurprofielen iets minder dan de helft (47%). Ook kan wederom geconstateerd worden dat op scholen die het onderwijs in de 4e klas in stromen organiseren een hoger percentage leerlingen voor de natuurprofielen kiest dan op scholen die leerlingen meteen hun profiel laten kiezen.
Net als op de havo is er wel enige verschuiving zichtbaar van NT naar NG: in kleine stapjes loopt NT iets terug (van 21 naar 19 naar 17%) en neemt NG iets toe (van 28 twee jaar terug, via 29 vorig jaar naar 30% nu). De verklaring wordt gezocht in de veranderde instroomeisen van het hoger onderwijs. Economie en Maatschappij blijft het populairst: 35% van de leerlingen kiest dit profiel. Cultuur en Maatschappij wordt net zoals in vorige jaren door zo’n 20% van de leerlingen gekozen.

Keuze voor vakken: havo

In het gemeenschappelijk deel is de keuze voor Duits aanzienlijk groter dan de keuze voor Frans: ongeveer 70% van de leerlingen heeft Duits in het pakket, ongeveer 40% Frans. Slechts weinig leerlingen (kunnen) kiezen voor een andere taal: 1% heeft Spaans in het pakket en een verwaarloosbaar percentage leerlingen Turks of Arabisch. Tussen de 40 en 45% van de leerlingen volgt een hele taal. Duits is ook dan populairder dan Frans, maar het verschil is niet zo groot. De uitkomsten zijn ongeveer gelijk aan die in het schooljaar 1999-2000.
Populaire vakken in het vrije deel zijn biologie (buiten de NG-leerlingen nog circa 20% van de leerlingen), management & organisatie (circa 30%) en informatica (tussen de 10 en 15%). In vergelijking met twee jaar terug is de belangstelling voor management & organisatie afgenomen. In 1999-2000 koos circa 40% van de leerlingen dit vak, nu is dat circa 30%. Tijdens de nabespreking met een steekproef van scholen werd die verminderde belangstelling verklaard door twee factoren. Ten eerste is het leerlingen langzamerhand duidelijker is geworden wat het vak inhoudt, waardoor de keuze voor minder leerlingen interessant is. Ten tweede is door de verkleining van het met examenvakken te vullen deel van het vrije deel (in verband met de verlichtingsmaatregelen) dit relatief grote vak minder aantrekkelijk. Hierdoor wordt ook de per vak afge-nomen belangstelling in vergelijking met vorige peilinggegevens, die zich bij bijna alle vakken voordoet, verklaard.

Keuze voor vakken: vwo

Op het vwo is Frans (iets) populairder dan Duits. Bij de klassieke talen wint Latijn het met overmacht van Grieks (circa 18 versus circa 7%). In vergelijking met 1999-2000 is er sprake van een lichte terugloop bij de talen. De verklaring hiervoor is de algemene afname van het aantal gekozen (deel)vakken in het vrije deel. De vwo-leerling kiest nu door de bank genomen n (deel)vak in het vrije deel, terwijl de eerste lichtingen vaak twee of meer (deel)vakken kozen. Verder blijven de voorkeuren voor vakken in het vrije deel op n vak na stabiel. De uitzondering is management & organisatie. Het is nog steeds het populairste vak, maar in 1999 koos zo’n 40% dit vak en dit jaar is dat zo’n 30%.
Daarnaast zijn populair: economie1 (circa 25%), biologie1 (een dikke 20%, op veel scholen aan het eind van de 4e klas afgerond), informatica (tussen de 10 en 15%) en filosofie (circa 7%). Filosofie kan overigens ook een profielvak zijn (in het profiel CM). Aardrijkskunde wordt ook veel gekozen: 43%, terwijl op grond van de profielkeuzes 35% van de leerlingen dit vak in het pakket zou moeten hebben, maar dat komt waarschijnlijk mede doordat het in het overgangsprofiel CM wordt aangeboden. Ook op de havo is dit zichtbaar: circa 50% van de havo-leerlingen heeft aardrijkskunde in het pakket.

Zittenblijven

Slechts enkele scholen hebben het zittenblijven in 4 havo afgeschaft (1%). De meeste scholen (60%) heb-ben niet ervaren dat er de laatste jaren meer of minder leerlingen in 4 havo bleven zitten. Ongeveer 40% heeft wl ervaren dat het percentage zittenblijvers in 4 havo dit jaar groter of kleiner was in vergelijking met de vorige 3 4 jaar. 14% Procent merkt op dat er aanzienlijk minder leerlingen bleven zitten en 25% vult in dat het percentage zittenblijvers is toegenomen. Voor 4 vwo ziet iets meer dan 70% geen verschil in het percentage zittenblijvers in vergelijking met vorige jaren. Iets meer dan een kwart van de scholen heeft ondervonden dat het percentage zittenblijvers in 4 vwo wl groter (20%) of kleiner (8%) was dan in de vorige 3 4 jaar.
De toe- of afname van het percentage zittenblijvers in de vierde klas hangt blijkbaar samen met de invoering van de tweede fase: vanaf dat moment heeft zich op scholen een verandering in percentages voorgedaan. Schoolleiders merken op dat zij verwachten dat op termijn het percentage zittenblijvers in de vierde klas weer zal afnemen. Immers scholen zijn bezig hun weg te vinden in een adequaat determinatie- en selectiebeleid: zij werken aan aanpassingen in de onderbouw waardoor verwacht mag worden dat het doorstroomrendement verbetert, zij zijn nu bezig verbeteringen in hun organisatie aan te brengen, hun docenten hebben inmiddels meer specifieke tweede fase-deskundigheid opgedaan etc.
Voor 5 vwo heeft 6% van de scholen het zittenblijven afgeschaft. Iets meer dan 20% van de scholen geeft aan dat het percentage zittenblijvers in 5 vwo groter (9%) of kleiner (12%) was dan voorheen. Als specifiek naar een vergelijking met vorig jaar wordt gevraagd, liggen de percentages precies andersom.Over de gehele linie bezien is het zittenblijven in 5 vwo sinds de invoering van de 2e fase toe- noch afgenomen.

Slagen/zakken

Het percentage geslaagden havo nieuwe stijl was op de scholen die aan dit onderzoek meewerkten dit jaar gemiddeld 89,9% en vorig jaar gemiddeld 89,0% (zowel havo-oud als havo nieuwe stijl). Beide jaren gelden als jaren met een hoog percentage geslaagden. Leerlingen die het jaar overdoen op de eigen school (circa 70%) doen meestal alleen de vakken met cen-traal examen over.
De vroege starters op het vwo brachten in 2001 hun eerste lichting nieuwe stijlers naar het tweede fase-examen. Die eerste lichting deed het buitengewoon goed: het slagingspercentage was gemiddeld 92,9, terwijl deze scholen vorig jaar (oude stijl) een slagingspercentage van 90,0 kenden.
De late starters scoorden met hun laatste lichting ‘oude stijlers’ een slaagpercentage van 90,8%. Bijna een procent hoger dan vorig jaar. Van deze gezakten oude stijl doet 44% volgend jaar opnieuw examen op de eigen school en 46% probeert een diploma op het vavo (of particulier onderwijs) te halen. Over een overstap naar het vavo zijn vaak (regionale) afspraken met een ROC gemaakt. De overstap naar het vavo is in veel gevallen door de scholen zelf gestimuleerd.
De scholen zijn zeer tevreden over de slaagpercentages, maar zijn er niet zeker van of dit centraal examen representatief was en ze twijfelen of ze zelf misschien te voorzichtig zijn geweest met de doorstroom. Kortom, zij weten niet of dit slagingspercentage iets zegt voor de toekomst.

Opstroom

Iets minder dan de helft van de scholen constateert dat de opstroom van mavo naar havo de laatste jaren is afgenomen: gemiddeld was de opstroom in vorige jaren 13%, nu is die gemiddeld nog 7%.
De opstroom van havo naar vwo is volgens iets meer dan de helft van de scholen verminderd: van gemiddeld bijna 10% naar nu tussen de 2 en 3%. De verklaring wordt soms gezocht in het gedrag van scholen (Het is ingewikkelder geworden, want je moet maatwerk leveren, dus we stimuleren niet in alle gevallen), soms in het gedrag van leerlingen (Ze durven zelf een overstap niet zo goed aan) en soms in de grotere populariteit van het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. De verminderde opstroom beschouwen scholen over het algemeen niet als een punt van zorg.

Het volledige verslag is downloadbaar vanuit de rubriek downloaden (www.tweedefase-loket.nl/downloaden).

Marlies van Tooren Tweede Fase Adviespunt m.vantooren@sopo.nl


WiskundE-brief
redactie Jos Andriessen en Gerard Koolstra
e-mail: j.andriessen@hccnet.nl of g.koolstra@chello.nl