WiskundE-brief nr. 215, 10-02-2002

De WiskundE-brief is in de eerste plaats gericht op wiskundedocenten in het Voortgezet onderwijs.
Bedoeling is elkaar snel op de hoogte te houden van, en meningen uit te wisselen over voor hen relevante zaken, met enige nadruk op ICT en nieuwe ontwikkelingen
De redactie wordt gevormd door Jos Andriessen en Gerard Koolstra.
Bijdragen zijn welkom via j.andriessen@hccnet.nl of we-b@xs4all.nl
De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of niet te publiceren. Deze brief wordt gestuurd naar bijna 1200 adressen.
Archief is te bekijken via http://www.digischool.nl/wi/WiskundE-brief

in dit nummer:

- HERIJKING TWEEDE FASE (zie WiskundEbrief 202), VERVOLG DISCUSSIE

- REGIONALE BIJEENKOMSTEN

- GRAFISCHE REKENMACHINE OP DE UNIVERSITEIT?

- WERELDWISKUNDEFONDS: NIEUWE PROJECTEN

- NIEUWE TV-SERIE: "WAT EN WAAR IS WISKUNDE IV"

- NIEUWE PRODUCTEN SLO


HERIJKING TWEEDE FASE (zie WiskundEbrief 202), VERVOLG DISCUSSIE

(Na.v. de tekst van Sipco Schimmel )
Ik ben 'aankomend' docent (in opleiding voor eerstegraads wiskunde) met wel al redelijk wat Onderwijservaring maar niet in het VO. Ik kan daarom niet uit eigen ervaring iets zeggen over de meeste van de door u geschetste problemen. Eén puntje heb ik wel een mening over. Dat is het laten schieten van algebraïsche vaardigheden. Als ik u was, zou ik dat inderdaad doen, en begrijperlijkerwijs met pijn in uw hart. Ter ondersteuning het volgende:
- wellicht kunt u nog wel worteltrekken uit uw hoofd. Ik niet; heb dat nooit geleerd op school. Ik gebruik daarvoor mijn zakrekenmachine en heb er nooit hinder van ondervonden dat ik dit niet kan.
- idem voor het gebruik van de rekenliniaal.
Kortom: nieuwe technieken (zoals destijds de zakrekenmachine) leiden er toe dat bepaalde vaardigheden verloren gaan. Of dat erg is, betwijfel ik. Ik heb geen idee wat het algoritme is in mijn rekenmachine voor worteltrekken en kan er toch prima sommen mee maken...
Nog een ander argument om dit te ondersteunen: op de school van een familielid, een VMBO, is een docent Nederlands die nog lesgeeft volgens de methode die hij ooit op de kweekschool heeft geleerd. Dat betekent dat leerlingen leren over de bepaling van gesteldheid e.d. Geen idee wat dat nu precies is, laat staan dat de leerlingen dat weten. Ik geloof niet dat er veel mensen zijn die het erg vinden dat we dat tegenwoordig niet meer leren. Kortom: ik zou eens kritisch nagaan welke vaardigheden in het vernieuwde onderwijs nodig zijn en welke wellicht niet meer. Verder kan een gesprek met de onervaren docent ook zinvol zijn. Misschien kunt u, ondanks zijn of haar onervarenheid, toch wel iets van hem of haar leren over het nut (en onnut) van bepaalde vernieuwingen
Vriendelijke groet, Lonneke Boels


Als een leerling op het HBO of universitair onderwijs zit, is het handig als hij/zij al eens eerder een onderzoekje met verslag heeft gemaakt. Dit zou kunnen bij vakken als bijv. natuurkunde en/of geschiedenis. Op mijn school is dat automatisch al zo ontstaan, reeds lang voor de invoering van de tweede fase; immers deze vakken lenen zich er goed voor. Wiskunde doet dat m.i. niet! Ik ben het daarom grondig eens met J.P.Scholten: doe de meeste werkstukken de deur uit; te beginnen met (alle!) wiskundewerkstukken
Peter Nabbe


Naar aanleiding van de tekst van mw. Baalman (maar niet als reactie daarop; daarvoor heb ik te weinig kennis over dit specifieke onderwerp) en de verlichtingsmaatregelen van mw. Adelmund.
Ik ben TULO-student wiskunde (TULO= Technische Universiteit Leraren Opleiding) en toekomstige zij-instromer. Ik heb regelmatig naast mijn vroegere hoofdbaan voor de klas gestaan, maar niet in het voortgezet onderwijs.
De veranderingen in het voortgezette onderwijs sla ik al enige tijd met stijgende verbazing gade. Het is voor mij als student nauwelijks meer te volgen wat nu weer het eindexamenprogramma is. Ik wil daarom als toekomstig docent maar één ding: de eerstkomende vijf jaar géén verniewing meer. Dus ook géén verlichtende maatregelen van mw. Adelmund. Er zijn immers al scholen die het wél lukt om het onderwijsprogramma rond te krijgen zoals het nu is. Dat betekent m.i. twee dingen
- het is mogelijk;
- het vergt veel van docenten (voor sommigen een omslag in denken en manier van werken) en het zal voor de gemiddelde scholen dus een paar jaar duren voordat alles weer efficiënt loopt.
Als de huidige verlichting wordt doorgevoerd zal dit waarschijnlijk volgend jaar wéér tot een verandering leiden omdat dan achteraf b.v. blijkt dat er te veel is gesneden en dat moet dan weer gerepareerd worden...
Ik weet dat er scholen zijn (de internationale school bijvoorbeeld) die maar eens per vijf jaar vernieuwen. Dat geeft rust voor de docenten en zekerheid en dat maakt dat de lessen die u vorig jaar gaf, u dit jaar weer kunt geven i.p.v. wéér een ander programma. Dat lijkt mij persoonlijk zinvoller dan weer een nieuw programma verzinnen.
Inhoudelijk kan ik het moeilijk beoordelen of het inderdaad ingewikkeld is om wiskunde B te combineren op de manier die mw. Baalman aangeeft; daarvoor heb ik nog te weinig ervaring met het lesgeven van deze inhoud. Wellicht kunnen docenten die daar wél ervaring mee hebben en ook op een kleine school werken, aangeven hoe zij dit oplossen.
Tot slot nog een reactie op het bericht van de inspectie dat docenten zich te veel concentreren op hun begeleidende taak en te weinig lesgeven. Hoewel dit een logische reactie is op de invoering van het studiehuis, krijgt het studiehuis en het volle vakkenpakket hiervan m.i. onterecht de schuld. Oók in het studiehuis kun je (klassikaal) lesgeven en alle didactische mogelijkheden benutten die er zijn. Ik hoor toch te vaak dat docenten leerlingen vooral zelfstandig laten werken en niet bezig zijn met zelfstandig leren aan te leren. Want voor dat laatste moet je wél af en toe klassikaal lesgeven, een onderwijsleergesprek met de hele groep houden, klassikaal het huiswerk nabespreken (alleen die ene moeilijke som) etc. Als je leerlingen alleen maar zelfstandig laat werken, verarmt inderdaad het onderwijs en verval je als docent in een begeleidende rol. In Engeland is dit al gebeurd en het lijkt mij weinig zinvol om deze fouten in Nederland te herhalen. Wie daarover meer wil weten, kan onder de term Teacher Teach de Engelse campagnes over dit onderwerp vinden. In Engeland worden docenten nu bijgeschoold om toch a.j.b. maar weer klassikaal les te gaan geven (wat iets anders is dan vooral doceerlessen te geven; veel doceren is daar wél taboe).
Om maar eens een knuppel in het hoenderhok te gooien: ik denk dat op goede scholen de zelfstandig-werk-uren in de plaats zijn gekomen van huiswerkuren (en er voortaan dus a.h.w. begeleid huiswerk wordt gemaakt; m.a.w. de goeie school is een huiswerkvrije of huiswerkarme school geworden) maar dat de klassikale lessen zijn blijven bestaan (in gelijk aantal uren!); zeker bij wiskunde waar het zelfstandig werken in de les toch altijd al een deel van de lestijd in beslag nam... Dat betekent ook dat de leerlingen dus meer uren op school zijn.
Vriendelijke groet, Lonneke Boels,


Bij ons op school zijn ook problemen met wis B op het VWO. We zullen er aan moeten wennen dat de leerlingen niet meer expliciet voor wiskunde B kiezen, maar voor een profiel als geheel. Wis B wordt dan vaak op de koop toegenomen, was geen bewuste keuze.Ik heb nu een 4VWO klas met alleen N&G en N&T leerlingen waar dit vaak het geval is. De interesse ligt bijvoorbeeld bij natuurkunde of biologie, maar niet bij de wiskunde.De tijden van de "elite-groepjes" van wis B zijn voorbij.We krijgen grote groepen leerlingen voor ons neus die niet altijd even gemotiveerd zijn. Een oplossing ligt in veel betere voorlichting in 3 VWO (een te ontwikkelen test ?).
Saskia Vermeer, Segbroekcollege, Den Haag.


REGIONALE BIJEENKOMSTEN

De NVvW organiseert op 26 maart in Zwolle, 4 april in Leiden en 10 april in Eindhoven haar jaarlijkse regionale bijeenkomsten. De organisatoren zouden collega's die een korte voordracht willen houden over hun ervaringen met practische opdrachten, daartoe gaarne in de gelegenheid stellen. Wij vragen jullie je reactie te sturen naar garst@planet.nl
Wim Kuipers en Swier Garst,


GRAFISCHE REKENMACHINE OP DE UNIVERSITEIT?

Ik kreeg deze week een vraag van een leerling in de Wiskunde B1,2 groep van 6VWO waarop ik het antwoord niet kon geven. Hij vroeg zich af of de GR ook gebruikt wordt (of gebruikt mag worden) op de universiteit. Ik weet dat niet, maar ik ga er van uit dat dit zeker het geval is. Maar, is hier al eens over gepubliceerd? En,... zou hier enige uniformiteit over zijn? Weten universitaire docenten wel wat leerlingen met de GR hebben gedaan op het VWO? Ik herinner me wel artikelen over de gevolgen van de GR voor de inhoud van het hoger onderwijs, maar wat nu de praktische invulling is... Blijkbaar heb ik de laatste tijd te weinig tijd genomen voor de vakliteratuur en de diverse nascholingen. De snelste manier om het duidelijk te krijgen voor mijn leerlingen leek mij een vraag in de WiskundE-brief. Concreet:
  1. Op welke wijze wordt de GR gebruikt in het hoger onderwijs?
  2. Welke electronische hulpmiddelen (bijv. computeralgebra-pakketten)worden verder actief gebruikt in het (eerstejaars)onderwijs?
Wie kan me helpen aan een overzicht van de verschillende universiteiten, of mij vertellen waar dit te vinden is?
Jos Remijn , Scholengemeenschap Dalton-Voorburg

WERELDWISKUNDEFONDS: NIEUWE PROJECTEN

Het WereldwiskundeFonds (WwF) is een werkgroep binnen de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren. Het doel van deze werkgroep is: - ondersteuning te bieden aan het wiskundeonderwijs in derdewereldlanden door middel van financiële bijdragen aan nader te bepalen projecten; - wiskundedocenten 'hier' te laten zien dat er 'daar' ook collega's zijn die zich met soortgelijke, maar ook met heel andere vragen en problemen bezig houden als zij zelf. Er kunnen weer nieuwe aanvragen voor ondersteuning ingediend worden. Uit de ingediende aanvragen maakt de werkgroep een keuze. Criteria voor het toekennen van subsidie zijn:

Bent u betrokken bij zo'n project of kent u iemand die dat is, dan kunt u een aanvraag indienen bij de secretaris van het WwF: jonglent@worldonline.nl of 010 - 452 45 56.
U kunt de aanvrage het beste eerst even met hem doorspreken. Aanvragen moeten voor 15 mei binnen zijn.


NIEUWE TV-SERIE: "WAT EN WAAR IS WISKUNDE IV"

Met ingang van dinsdag 23 april 2002 om 11.25 uur (Op 3) start ‘Wat en waar is wiskunde IV’, een nieuwe vierdelige schooltv-serie voor het tweede leerjaar VMBO. De nieuwe serie richt zich speciaal op de volgende opleidingsniveaus: theoretisch, gemengd en kaderberoepsgericht. De vier programma’s worden achter elkaar uitgezonden op donderdag 13 juni van 10.40 t/m 11.40 uur (Op 3).
In de serie worden deelnemers uit het beroepsonderwijs (MBO) op hun werk- of stageplek met de camera gevolgd. Hierdoor wordt duidelijk hoe wiskunde wordt gebruikt bij het uitoefenen van een bepaald beroep. Bij de serie hoort een docentenhandleiding waarin ook kopieerbare werkbladen zijn opgenomen. Voor € 10,39 te bestellen bij Teleac/NOT, telefoon 0900-1344 (€ 0,20 /min).
Ieder programma heeft steeds dezelfde opbouw waarin drie werksituaties worden gefilmd. Elke werksituatie komt ongeveer vijf minuten in beeld. Daarbij is ook van belang om in het bedrijf de functies te laten zien die bij de verschillende opleidingsniveaus horen. In ieder blok van vijf minuten is telkens een grafische animatie opgenomen waarin wiskunde getoond en uitgelegd wordt.
Elk programma toont drie werksituaties waarbij een jonge medewerker centraal staat. Per werksituatie is de opbouw steeds hetzelfde:

  1. Introductie op het bedrijf. Wat doet dat bedrijf?
  2. Welke mensen werken er? Welke taken hebben deze mensen? Aandacht voor beroepen die verwant zijn
  3. Welke taken heeft het gekozen beroep?
  4. Welke wiskunde is daar te zien?
  5. Grafische bewerking waarin wiskunde wordt uitgelegd. Uitleg op basis van gegevens uit de getoonde Werksituatie.
Meer informatie over de thema’s uit de tv-programma’s en de bijbehorende opdrachten kunnen docenten en leerlingen vinden op: www.schooltv.nl/wwwiskunde


NIEUWE PRODUCTEN SLO

In het project ICT en wiskunde zijn practica ontwikkeld waarbij naast de methoden Moderne Wiskunde, Netwerk en Getal en Ruimte, de computer gebruikt wordt.
Bij aantal paragrafen van de genoemde methoden zijn opdrachten geschreven waarbij de leerlingen het spreadsheetprogramma Excel gebruiken.Naast deze practica zijn een aantal practische opdrachten voor gebruik in de tweede fase en een aantal GWA's voor gebruik in de basisvorming geproduceerd.
Deze opdrachten zijn voor gebruik binnen school vrij te downloaden van de SLO-site www.slo.nl Het project is gestart naar aanleiding van een aanvraag van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren. In het project zijn lesmaterialen gemaakt waarin computergebruik een centrale plaats heeft, met een zo laag mogelijke drempel voor docenten met weinig of geen ICT-ervaring.


WiskundE-brief
redactie Jos Andriessen en Gerard Koolstra
e-mail: j.andriessen@hccnet.nl of g.koolstra@chello.nl