WiskundE-brief nr. 293 16-11-2003

De WiskundE-brief is in de eerste plaats gericht op wiskundedocenten in het Voortgezet onderwijs.
Bedoeling is elkaar snel op de hoogte te houden van, en meningen uit te wisselen over voor hen relevante zaken, met enige nadruk op ICT en nieuwe ontwikkelingen
De redactie wordt gevormd door Jos Andriessen en Gerard Koolstra.
Bijdragen zijn welkom via j.andriessen@hccnet.nl of we-b@xs4all.nl
De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of niet te publiceren. Deze brief wordt gestuurd naar bijna 1600 adressen.
Het archief is te bekijken via http://www.digischool.nl/wi/WiskundE-brief

in dit nummer:

ONTWERP NIEUWE KERNDOELEN ONDERBOUW VO

CITO EXAMENVERSLAGEN 2003


ONTWERP NIEUWE KERNDOELEN ONDERBOUW VO

De Taakgroep Vernieuwing Basisvorming heeft een ontwerp gepubliceerd van nieuwe kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het gedeelte over wiskunde volgt hieronder:

[begin citaat]

Leerlingen hebben op verschillende manieren wiskunde nodig: buiten school in het leven van alledag en op school ter ondersteuning van het leren in andere leergebieden en als voorbereiding op mogelijke keuzes voor bepaalde vervolgopleidingen. In de eerste jaren van het voortgezet onderwijs verwerven leerlingen zich in de context van betekenisvolle situaties inzicht en vaardigheden op het gebied van getallen, grootheden, maten, vormen, structuren en de daarbij passende relaties, bewerkingen en functies. Aansluitend op het basisonderwijs ontwikkelen ze hun vaardigheden in de ‘wiskundetaal’ en worden steeds verder ‘wiskundig geletterd en gecijferd'.
De wiskundetaal bestaat onder andere uit rekenkundige, wiskundige en meetkundige uitdrukkingen, meetkundige tekeningen en schema’s, modellen, formele en informele notaties, schematische voorstellingen, tabellen, grafieken en opdrachten voor computer en rekenmachine. 'Wiskundig geletterd en gecijferd worden' wil zeggen dat leerlingen een repertoire opbouwen van parate kennis, inzichten en routines en leren deze op een juiste manier toe te passen in wiskundige technieken, aanpakken, redeneringen en rekenwijzen.
De onderwerpen waaraan leerlingen in de basisvorming hun wiskundige kennis en vaardigheden ontwikkelen, kunnen van verschillende herkomst zijn. Doordat leerlingen werken in betekenisvolle contexten, waarin ze op eigen niveau en met plezier en voldoening wiskunde kunnen doen, zullen zij zich uitgedaagd voelen tot wiskundige activiteit. Een betekenisvolle context biedt leerlingen gelegenheid de waarde van wiskundige activiteiten te ervaren. Wat in een bepaalde situatie betekenisvol is, hangt af van wat leerlingen al weten en kunnen, van hun leervermogen en hun belangstelling, hun verdere vorming en beroep, van de maatschappelijke actualiteit en van andere schoolse en niet-schoolse taken waarvoor ze op dat moment zelf staan. Vanwege het oriënterend karakter van de onderbouw is het in het algemeen belangrijk dat de contexten tezamen over de volle breedte reiken van de toepassingsgebieden van wiskunde: het leven van alledag, andere leergebieden, vervolgonderwijs en beroepenwereld en de wiskunde zelf.
De relatie met andere vakken en leergebieden is een tweezijdige: gebruik van contexten uit andere leergebieden in het wiskundeonderwijs en bewust werken aan aspecten van wiskunde in het onderwijs in andere leergebieden. De transfer van wiskundevaardigheden naar andere leergebieden is een belangrijk punt van aandacht en maakt deel uit van het beleid voor de hele school.

Kerndoelen
  1. De leerling leert passende wiskundetaal te gebruiken voor het ordenen van het eigen denken en voor uitleg aan anderen en leert de wiskundetaal van anderen te begrijpen.
  2. De leerling leert alleen en in samenwerking met anderen praktische en formele wiskundige problemen oplossen.
  3. De leerling leert een wiskundige argumentatie te onderscheiden van meningen en beweringen en leert daarbij met respect voor ieders denkwijze wiskundige kritiek te geven en te krijgen.
  4. De leerling leert de structuur en de samenhang te doorzien van positieve en negatieve getallen, decimale getallen, breuken, procenten, verhoudingen en lineaire verbanden en leert ermee te werken in zinvolle en praktische situaties.
  5. De leerling leert exact en schattend rekenen en redeneren op basis van inzicht in nauwkeurigheid, orde van grootte, en marges die in een gegeven situatie passend zijn.
  6. De leerling leert op inzichtelijke en nauwkeurige wijze berekeningen met rekenapparatuur uit te voeren.
  7. De leerling leert meten, leert structuur en samenhang doorzien van het metriek stelsel en leert rekenen met maten voor grootheden die gangbaar zijn in relevante toepassingen.
  8. De leerling leert werken met platte en ruimtelijke vormen en structuren, leert daarvan afbeeldingen te maken en deze te interpreteren en leert met hun eigenschappen en afmetingen te rekenen en redeneren.
  9. De leerling leert gegevens van statistisch onderzoek systematisch te beschrijven, ordenen en visualiseren en leert statistische gegevens, representaties en conclusies te beoordelen.
[einde citaat]

Zie verder www.vernieuwingbasisvorming.nl/
gk


CITO EXAMENVERSLAGEN 2003

Het Cito heeft de examenverslagen 2003 gepubliceerd, met een schat van gegevens over de centrale examens vmbo en havo-vwo. De voor wiskunde relevante cijfers stonden voor een groot deel al in het examennummer van Euclides. Toch is er nog wel wat nieuws uit te destileren:
Zo blijken de verschillende tussen prestaties van jongens en meisjes bij de wiskunde vakken sterk af te hangen van de opleiding. Op het vmbo BB en KB (te vergelijken met vbo b/c) scoorden de jongens aanzienlijk (6 procentpunten) beter dan de meisjes. Bij de Theoretische en Gemengde leerweg van het vmbo (te vergelijken met vbo/mavo d) was het verschil minder (3 procentpunten) Op het havo scoorden de jongens alleen bij wiskunde b12 iets beter (2 procentpunten - bij b1 en a12 was er geen significant verschil) en op het vwo was het precies omgekeerd - bij wiskunde b12 scoorden de meisjes iets beter (2 procentpunten) en bij de andere wiskundevakken was er geen (significant) verschil. Deze gegevens passsen in een ontwikkeling (van de laatste paar jaar) waarbij met name in het vwo de meisjes de jongens qua resulaten bezig zijn in te halen of al ingehaald hebben. Op het vmbo daarentegen scoorden de jongens daarentegen aanzienlijk hoger dan de meisjes bij exacte vakken. Zie www.cito.nl
Dit bericht is afkomstig van de WPD www.wiskgenoot.nl/wpd


WiskundE-brief
redactie Jos Andriessen en Gerard Koolstra
e-mail: j.andriessen@hccnet.nl of g.koolstra@chello.nl