WiskundE-brief nr. 395 (jubileumnummer) 5-11-2006

De WiskundE-brief is in de eerste plaats gericht op wiskundedocenten in het voortgezet onderwijs.
Bedoeling is elkaar snel op de hoogte te houden van, en meningen uit te wisselen over voor hen relevante zaken, met enige nadruk op ICT en nieuwe ontwikkelingen.
De redactie wordt gevormd door Jos Andriessen en Gerard Koolstra.
Bijdragen zijn welkom via j_andriessen[at]wanadoo.nl of we-b[at}xs4all.nl.
De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of niet te publiceren. Deze brief wordt gestuurd naar meer dan 2000 adressen.
Het archief is te bekijken via http://www.digischool.nl/wi/WiskundE-brief

in dit nummer:


10 JAAR WISKUNDE-BRIEF (redactioneel)

De WiskundE-brief bestaat 10 jaar. Aanleiding voor ons om een nummer uit te brengen met een andere vorm en inhoud dan u gewend bent.
Een groot aantal mensen, nauw betrokken bij het Nederlands wiskundeonderwijs, heeft op ons verzoek zowel een terugblik als een vooruitblik verzorgd. Het resultaat is hieronder te lezen. De redactie heeft zich voor de gelegenheid gewaagd aan bronnenonderzoek. Een aantal dagen speuren in het WiskundE-briefarchief heeft - naast nostalgische gevoelens- een overvloed aan onderwerpen opgeleverd. Hieronder een selectie van de meest opvallende zaken:
* De snelheid van gewenning aan internet (met de diverse varianten: e-mail, webpagina's etc), en daarmee het grote belang van dit medium voor uitwisseling van informatie en meningen.
* Hoe steeds weer dezelfde thema's terugkomen:
    - Aansluiting (o.a. mavo/vmbo-havo; havo-hbo, vwo-universiteit)
    - Organisatie van lessen, schoolexamens, praktische opdrachten etc.
    - Zorgen over kwaliteit van het onderwijs, examenprogramma's
    - Zorg voor 'speciale leerlingen' opvallend door begaafdheden of beperkingen
    - Informatie-uitwisseling over lessentabellen, profielkeuzes
    - Gebruik en misbruik van (grafische) rekenmachines, en ICT meer in het algemeen
* Hoeveel artikelen geschreven zijn door lezers. “Voor en door wiskundedocenten” wordt dus waargemaakt.
* De doorwerking (meestal indirect) van discussies in besluitvorming

Vooruitkijkend is het zaak om tijdig op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van (het gebruik van) informatietechnologie in te spelen. Er zijn wat aanwijzingen dat voor de jongste generatie studenten (en binnenkort dus docenten) e-mail via de computer terrein verliest aan berichten op de gsm. De WiskundE-brief streeft ernaar interessant te blijven voor iedereen die bij het wiskundeonderwijs is betrokken. Dus niet alleen voor degenen die lesgeven in de bovenbouw havo/vwo, maar ook voor de collega's in het VMBO, de collega's in de onderbouw en de collega's in HBO en Universiteit. Daarbij is uw inbreng onontbeerlijk.

Jos Andriessen
Gerard Koolstra

MINISTER MARIA VAN DER HOEVEN, MINISTERIE VAN OCW

Tien jaar WiskundEbrief: daarmee wil ik redactie en lezers van harte gelukwensen!
Collegiale uitwisseling, leren van elkaars ervaringen en inzichten: daar wordt iedereen wijzer van. Dankzij een modern, digitaal platform als WiskundEbrief krijgt u daartoe alle mogelijkheden. Een actueel, maar ook volstrekt onafhankelijk medium dat een heel eigen, centrale plaats binnen de gemeenschap van wiskundedocenten inneemt. De afgelopen tien jaar was er altijd genoeg te melden over uw vak. Niet alleen nieuw onderwijsbeleid, maar ook nieuws over het wiskundevak zelf. U zult altijd vooral naar het laatste hebben uitgekeken. Want zo ken ik de wiskundedocenten: zij houden van hun vak, ze blijven erin geïnteresseerd en ze verdedigen het met verve tegen alles wat zij als bedreiging ervan beschouwen. Over al deze zaken blijven ze in discussie, met de overheid en met elkaar. Die geluiden van de werkvloer zullen doorgaan, hoop ik. De berichten over nieuw beleid mogen de komende tijd minder, wat mij betreft. Want zoals het er nu uitziet, hebben we de grote herschikkingen in het voortgezet onderwijs nu toch echt wel achter de rug. Maar dat geldt niet voor de vernieuwing van de inhoud en de aanpak van het vak. Nu de commissie van prof. Siersma zich buigt over alle varianten van wiskunde op havo/vwo, en nu vanaf volgend jaar wiskunde D als verdiepingsvak zal worden geïntroduceerd, gaat hier steeds meer aandacht naar uit. Op verzoek van de Tweede Kamer zal een afzonderlijke groep deskundigen onder leiding van prof. Van de Craats speciaal letten op de doorstroomrelevantie van de nieuwe programma’s. Maar ik vertrouw erop dat de lezers van de wiskundEbrief ook hun mening over dit onderwerp niet onder stoelen of banken zullen steken. Sterker nog: dat lijkt mij een mathematische zekerheid!

PROF. DR. DIRK SIERSMA, COMMISSIE TOEKOMST WISKUNDE ONDERWIJS (cTWO

De commissie Toekomst WiskundeOnderwijs heeft een toekomstperspectief voor ogen waarin gemotiveerde leerlingen onder leiding van enthousiaste leraren werken aan zinvolle wiskundige inhoud door middel van inspirerende didactische werkwijzen. Leerlingen van havo en vwo waarderen wiskunde als een interessant vak, waarin zij tot hun intellectueel plafond worden uitgedaagd en waarin recht wordt gedaan aan de verscheidenheid van hun talenten. Zij ontdekken dat wiskunde onmisbaar is in techniek en wetenschap, maar ook nauw verweven is met cultuur (kunst, filosofie, architectuur) en dagelijks leven (hypotheken, verzekeringen, statistiek).
Kwalitatief goed onderwijs kan alleen worden gerealiseerd door de inzet van enthousiaste leraren – meesters in hun vak – die in het onderwijs ruimte krijgen voor eigen inbreng. Leraren moet in werktijd de gelegenheid worden geboden om zich de vakkennis en didactische inzichten eigen te maken die nodig zijn om het vernieuwde wiskundeprogramma te realiseren. Onder invloed van wetenschappelijke, technologische en maatschappelijke innovaties veranderen de toepassingen van wiskunde doorlopend. Daarom moeten leraren de faciliteiten hebben om contact te houden met de wiskundige gemeenschap in hoger onderwijs, industrie en bedrijfsleven.
Wiskunde is een vak met diverse gezichten: enerzijds is er de ontwikkeling van wiskunde als op zichzelf staand abstract bouwwerk en anderzijds wiskunde als toegepaste en toepasbare discipline. Onderwijs in de interne structuur van de wiskunde wordt afgewisseld met een ‘blik naar buiten’, waarin de relevantie van wiskunde in cultuur, maatschappij, andere schoolvakken, vervolgopleidingen, beroep en wetenschap aan de orde komt. Een actieve leerhouding van leerlingen wordt bevorderd door een scala van wiskundige activiteiten zoals benaderen en schatten, modelleren, wiskundig manipuleren, analyseren, onderzoeken, redeneren en bewijzen. Een dergelijk onderwijs vereist een breed spectrum van werkvormen en interactie met de leraar om het vereiste denkniveau te bereiken.
De wiskundEbrief is 10 jaar lang een uitstekende communicatievorm gebleken binnen het wiskundeonderwijs; moge het nog lang zo blijven!


PROF. DR. JAN VAN MAANEN, HOOGLERAAR DIDACTIEK VAN HET WISKUNDEONDERWIJS , UNIVERSITEIT UTRECHT

Krijg ik de WiskundEbrief? Nee, tot die groep lezers behoor ik niet. Hoe ken ik de WiskundEbrief dan? Welnu, met zekere tussenpozen lees ik een aantal nummers achter elkaar door via het Web-archief. Vooral met discussies die een aantal weken aanhouden is dat prettig, dan zie ik eerst de afloop (net alsof je van een boek eerst de laatste bladzijde bekijkt) en daarna bekijk ik de voorafgaande bijdragen — als het me interesseert.
Nu is het vaak het geval, dat het me interesseert. Het gaat zonder uitzondering over zaken die in het onderwijs actueel of acuut zijn, en de schrijvers nemen meestal geen blad voor de mond, voor zover dat bij dit elektronische medium al zou kunnen. Er was één uitzondering, waarin ik de WiskundEbrief van zeer dichtbij volgde, en dat was in de examenperiode toen ik nog vaksectievoorzitter havo-vwo wiskunde B was. Dan vond ik de snelle terugkoppeling van corrigerend Nederland naar de examenmakers ideaal. In de paar gevallen dat de CEVO aanvullingen op het correctievoorschrift moest geven, speelden de WiskundEbrief en de reacties van docenten daarin een belangrijke rol.
In mijn nieuwe functie van hoogleraar didactiek en directeur van het Freudenthal Instituut zal ik de WiskundEbrief met plezier en vrucht blijven volgen. De discussie over rekenen en wiskunde is voorlopig nog niet voorbij, het FI blijft werken aan goed onderwijs voor een zeer breed onderwijsveld. Daar valt rekenen in het speciaal basisonderwijs net zo goed onder als wiskundige onderdelen in praktijkvakken als intellectuele uitdagingen voor de bèta-top.
Ik wens de WiskundEbrief geluk met de afgelopen tien jaar en veel succes in 2007 en 2010 en alle jaren daarvoor en daarna.


PROF. DR. JAN VAN DE CRAATS, RESONANSGROEP WISKUNDE

Ook al ben ik geen wiskundeleraar, toch heb ik al heel wat jaren een abonnement op de WiskundE-brief. Het is elke week weer spannend om te zien wat er aan actueels leeft in het wiskunde-onderwijs. De brief is een fantastisch communicatiemiddel: laagdrempelig, uitdagend, actueel en zeer informatief. De eindexamens leveren jaarlijks veel discussiestof op. Zaken als aansluitingsproblemen en universitaire instaptoetsen werden al uitvoerig gesignaleerd en besproken lang voordat de studentenactie LieveMaria wiskundig Nederland op zijn kop zette.
De WiskundE-brief is ook van onschatbare waarde als informatiebron: nieuwe regelingen, interessante cursussen, wiskundige nieuwtjes, circulerende discussiestukken, bijscholing, het staat er allemaal in. En vragen van lezers over lesmateriaal. Van het complete archief van vroegere nummers heb ik al vaak dankbaar gebruik gemaakt.
De Resonansgroep wiskunde waarvan ik voorzitter ben, is door de minister van OCW ingesteld om de doorstroomrelevantie voor het hoger onderwijs te beoordelen van de voorstellen die de Vernieuwingscommissie Wiskunde gaat formuleren. Ik weet zeker dat vrijwel alle leden ervan de WiskundE-brief wekelijks aandachtig lezen en er hun voordeel mee doen.
Kortom, bij het tienjarig jubileum passen een driewerf hoera voor een prachtig instituut en veel dankbaarheid jegens de samenstellers die de brief met zoveel succes in de lucht houden. Weet dat jullie werk doen dat van onschatbare waarde is voor het Nederlandse wiskundeonderwijs, en dat het zeer gewaardeerd wordt! Ik hoop dat jullie er nog lang mee doorgaan en dat de WiskundE-brief tot in lengte van jaren zijn nuttige functie blijft vervullen.


PROF. DR. HENK BROER, Koninklijk Wiskundig Genootschap

Het Koninklijk Wiskundig Genootschap (KWG) is de beroepsvereniging van wiskundigen, die ook een flink aantal leraren omvat. Eveneens zijn veel leden van het KWG werkzaam bij een universiteit. Lange tijd waren de contacten tussen het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderwijs onredelijk dun, zeker vergeleken met de tijd van voor 1970, toen het instituut van rijksgecommitteerde nog bestond bij de (centrale) eindexamens. In het afgelopen decennium is er nogal veranderd in de toelevering van universitaire beta-studenten door het VWO. Het gaat hierbij zowel over de aantallen als over de kwaliteit. Deze aansluitingskwestie vormt onderdeel van een ingewikkelde problematiek, waarover de laatste tijd veel te doen is in de media. Een belangrijk aspect hiervan is het toenemende tekort aan hoogopgeleiden, in het bijzonder ook van gekwalificeerde leraren. Het valt overigens nog niet mee dit probleem daadwerkelijk op de politieke agenda te krijgen, maar er toch iets wel iets ten goede aan het veranderen. In ieder geval raken universitaire medewerkers meer geinteresseerd in het reilen en zeilen op het VWO-HAVO. Zo heeft ook een aantal leden, waarbij ook ondergetekende, van het KWG zitting in ministeriele commissies die zich bezighouden met het lesmateriaal voor Wiskunde A,B,C en D, alsmede het nieuwe beta-vak NLT. Ook zijn de meeste universiteiten graag bereid om, samen met een aantal scholen en HBO-instellingen in de regio, bij te dragen aan het totstandkomen van nieuw lesmateriaal en aan het ontwikkelen van na- of bijscholing voor leraren. Het is te hopen dat hierdoor de broodnodige contacten tussen het VWO en WO en weer enigszins in hun oude glorie kunnen worden hersteld.


DRS. HENK ROZENHART, NEDERLANDSE VERENIGING VAN WISKUNDELERAREN

Net als de harde plof van de zaterdagkrant op de deurmat is de ontvangst van de wiskunde e-brief een vaste constante in het weekend. Zondagavond 23.00 uur vlak voor het slapen gaan nog even de e-mail controleren en jawel elke zondagavond staat de e-brief keurig in het rijtje ongeopende post. En naar nu blijkt al weer 10 jaar. Ik was het mij niet bewust dat het al weer zolang was. Een werkelijk unieke prestatie. Je hoeft er niet eens naar op zoek op het internet. De heren van de e-brief bezorgen netjes aan huis. Elke week weer een grote diversiteit aan berichten, een soort grabbelton waar altijd iets van je gading inzit. In deze snelle tijd van ons een geweldige manier om op de hoogte gehouden te worden van alle ontwikkelingen en problemen. Actueel en ter zake.Het brengt mij als bestuurslid van de Nederlandse vereniging van Wiskundeleraren regelmatig op gedachten en plaatsen, die ik zelf niet bedacht zou hebben. De samenstellers zetten mij regelmatig op een spoor. Of dat bedoeld of onbedoeld is zal ik niet weten. Zij maken de selectie en de heren kennende doen ze dat uit grote betrokkenheid met het wiskundeonderwijs, maar wel objectief. Een platform ook voor soms heftige discussies, die soms nuttig en verhelderend zijn als, men wil weten wat er leeft onder de wiskundeleraar.
Namens het gehele bestuur van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren feliciteer ik Jos en Gerard met dit jubileum. Hulde heren voor deze uit de hand gelopen hobby, die inmiddels is uitgegroeid tot een vaste waarde in wiskundeland. Ga door! Op naar het volgende jubileum en laten we de hoop uitspreken dat de wiskunde e-brief een soort Hilbert-brief zal blijken te zijn.


DRS. MARJA BOS, HOOFDREDACTEUR EUCLIDES

Gerard Koolstra en Jos Andriessen bewijzen de gemeenschap van wiskundedocenten wekelijks een uitstekende dienst met hun WiskundE-brief. Elke zondagavond heet van de naald het laatste nieuws, de laatste reacties. Actueel, informatief, open, meningsvormend. En dat al tien jaar lang! (Dat waren overigens bepaald niet de minst woelige jaren voor wiskundeonderwijzend Nederland.) Gerard en Jos, van harte gefeliciteerd met dit jubileum.
Internet heeft natuurlijk een revolutie teweeggebracht in de informatievoorziening. Als het gaat om de actualiteit, dan heeft een nieuwsbrief via e-mail vele streepjes voor op papieren tijdschriften zoals Euclides, waarvan de productietijd gewoonweg veel langer is.
Wat is de toekomst, wat is het 'bestaansrecht' nog van die klassieke papieren media? Wie zal het zeggen. Persoonlijk houd ik zelf nog steeds heel graag een echt 'blad' in handen: prettig, dat mooie papier in plaats van een schel scherm; lekker bladeren en lezen, zittend in een gemakkelijke stoel, wáár je maar wilt, maar ja, ik dateer dan ook al van 1957... Latere generaties die van jongsaf opgegroeid zijn met de computer ervaren dat wellicht heel anders. Bovendien, in de nabije toekomst zal de 'tablet pc' en daarmee 'digitaal papier' in prettig hanteerbare vorm ongetwijfeld wijdverbreid gebruik worden, en dan is ook het huidige gewiebel van een laptop op je krampachtig horizontaal gehouden bovenbenen (in de trein bijvoorbeeld) meteen verleden tijd. Kleitabletten hebben het verloren van papier; zou papier de digitale revolutie overleven? De tijd zal het leren. Ik ben in ieder geval zo eigenwijs om te denken dat (ook) een papieren tijdschrift op dit moment nog steeds velen kan bekoren.
Hoe dan ook, een veelvormige informatievoorziening vind ik van groot belang voor een florerende en actieve gemeenschap van wiskundeleraren, waarin de discussie levendig gevoerd wordt en de professionaliteit op een hoog peil ligt. Die 'gemeenschap' is, vrees ik, op dit moment niet een echte, hechte en sterke gemeenschap: lang niet elke docent die wiskunde in z'n portefeuille heeft, voelt zich wiskundedocent, om uiteenlopende redenen. Denk maar aan collega's die wiskundelessen toegewezen krijgen van de directie zonder zich daadwerkelijk betrokken te voelen, zonder ervoor opgeleid te zijn. Zij zullen lang niet altijd even sterk gemotiveerd zijn om zich óók nog 's op dit gebied op de hoogte te stellen van nieuwe ontwikkelingen en hun bijdrage te leveren aan de discussie. Dat vind ik begrijpelijk, maar ook heel jammer. Lid zijn van een vakvereniging, het lezen van vakbladen (al dan niet digitaal), kennis nemen van of actief deelnemen aan de discussie, ik vind het wezenlijke onderdelen van m'n werk. Ze dragen niet alleen bij aan m'n eigen ontwikkeling en professionaliteit, ik denk dat ze uiteindelijk ook ten goede komen aan de leerling, om wie het ons allemaal toch te doen is.
Gelukkig hebben we ten behoeve van het Nederlandse wiskundeonderwijs meerdere communicatiemedia. De WiskundE-brief speelt daarbinnen door z'n frequente verschijning een bijzondere rol. Gerard en Jos, dank je wel!


DHR. TOM GORIS, REDACTEUR NIEUWE WISKRANT

Tien jaar geleden behoorde ik nog tot het toen al ras uitstervende ras der digibeten. Ik herinner me nog een aardige anecdote. Het TWIN project kwam in die tijd van de grond en iedereen moest aan de digitalen gaan geloven en dus kreeg ik een enorm budget en een lijst met specificaties om die te overhandigen aan de locale computerboer. Verwaaid en verregend, en er daardoor enigzins slordig uitziend, gaf ik de lijst aan een stropdas in een heel sjieke winkel, daarbij herinneringen ophalend aan mezelf als vijfjarig jochie dat ook wel eens, toen ook, onleesbare boodschappenlijstjes overhandigde aan de plaatselijke grutter. De ogen van de stropdas wisselden voortdurend tussen mij en de lijst om vervolgens te constateren dat mijn wensen mijn budget zeker te boven gingen; de wens zou minstens 5000 gulden gaan kosten. Met een immens respect voor Han, de digitale tovenaar op het FI die lijst en budget exact met elkaar in overeenstemming had gebracht en een enorme verachting voor de stropdas, verliet ik het pand.
Zonder computer maar met de overtuiging dat ik mij in een bijzonder onaantrekkelijke wereld moest gaan storten. In die tijd moet de eerste E brief verstuurd zijn. En heb ik ondertussen veel geleerd…
Om met terugwerkende kracht mijn redelijk late toetreding tot het enenennullen genootschap enigzins te compenseren heb ik onlangs de allereerste E brief er nog eens op nageslagen, voorwaar een prachtig historisch document. De blauw gekleurde links schitteren je tegemoet en dat bracht me op het idee eens te onderzoeken wat nu de houdbaarheid van links precies is. Ik heb ze allemaal aangeklikt en zie hier het resultaat: van de tien vermelde links doen het er nog twee: via een oude site van Pythagoras kom je op de nieuwe terecht, en deze: http://www.xs4all.nl/~gerardk/ , met een verwijzing naar het FI die het ook nog doet en waarmee dit historisch kringetje rond is. Twee van de tien in tien jaar, hoeveel zijn er dan over tien jaar nog in de lucht?
Er is veel veranderd in tien jaar tijd. De E brief bereikt nu 2000 mensen, de eerste was aan 15 (wie waren dat allemaal?) pioniers van het eerste uur verstuurd. Voor velen zal het een reden zijn om zondagavond toch nog even de computer aan te zetten om te kijken of het veld zich nog geroerd heeft. De E brief is een snel medium, altijd up to date. Sprak de medewerker van de Nieuwe Wiskrant met ingetogen jaloezie, omdat de NW maar vier keer per jaar van zich kan laten horen. Gelukkig leven we in perfecte harmonie; Gerard is lid van de leesredactie van de Wiskrant en ik denk dat de doorsnede van de verzameling wiskrantlezers met met het complement van de verzameling E brief lezers vrijwel leeg is
Gerard en Jos, namens de Nieuwe Wiskrant, van harte gefeliciteerd met het bereiken van deze mijlpaal!

DRS. JENNEKE KRÜGER, SLO EXACTE VAKKEN

Kunnen wiskunde en de natuurwetenschappelijke vakken een samenhangend geheel vormen in het voortgezet onderwijs of zijn de verschillen te groot? Binnen SLO hebben we sinds enkele jaren de sectie natuurwetenschappen uitgebreid met wiskunde tot de sectie Exact. Dat was aanvankelijk behoorlijk wennen, zowel voor sommige collega's wiskunde als voor sommige collega's uit de BiNaSvakken. Herkenbaar? Een van de eerste projecten waar ik binnen de SLO aan mee ging werken was het Vakdossier Wiskunde, een stand-van-zaken rapportage van wiskundeonderwijs in de Tweede Fase. We maken daarbij dankbaar gebruik van de wiskundEbrief die door een flink aantal docenten uit de bovenbouw havo/vwo gebruikt wordt als discussieforum. Gelukkig ook wel docenten uit andere afdelingen: al in nr 10 van de wiskundEbrief wijst een docent uit de onderbouw er op dat in de basisvorming te weinig gebruik gemaakt wordt van de gelegenheid tot niveaudifferentiatie, waardoor leerlingen die naar havo/vwo gaan te weinig algebraïsche vaardigheden beheersen.
Wiskundeonderwijs mag dan in de ogen van velen in een dal zitten, de discussie over wiskundeonderwijs bloeit als in jaren niet vertoond is. Als we nu maar een goed programma voor wiskunde formuleren en weer goed die algebraïsche vaardigheden laten oefenen komt het vanzelf weer in orde met de positie van en de belangstelling voor wiskunde. Toch..?
Zeer onlangs hadden we een raadpleging van leerlingen over de inhoud van het nieuwe vak NLT. Dat is een vak waarin we o.a. ernaar streven leerlingen te laten ervaren dat je wiskunde in je latere studie en beroep vaak nodig hebt, op verschillende niveaus. In het vwo programma heet een van de voorgestelde domeinen dan ook 'Wiskunde in wetenschap en technologie', daar staan een aantal wiskundige onderwerpen in die we belangrijk vinden en die in het programma vanaf 2007 niet voor alle leerlingen NLT in het wiskundeprogramma opgenomen zijn. Op die raadpleging waren leerlingen (25) met een NT of NG profiel, havo en vwo. Voor bijna alle voorgestelde domeinen en onderwerpen daarbinnen waren voorstanders te vinden, soms unaniem, soms was de stemming verdeeld. Unaniem was de afwijzing van één domein 'Wiskunde in wetenschap en technologie'. Ze wilden wel geloven dat wiskunde nuttig en nodig is voor je verdere studie. Ook wilden ze aannemen dat voor een aantal onderwerpen binnen NLT leerlingen soms aanvulling voor wiskunde nodig hebben. "Maar neem het dan maar op in de andere domeinen als het nodig is, want we hebben al zoveel wiskunde." Dit betreft dus een groep leerlingen die genuanceerd meedenkt over de inhoud van een nieuw vak, leerlingen die een afwijkende mening durven uiten en die gekozen hebben voor NT of NG. Wiskunde is ook voor deze leerlingen geen vak dat ze boeit. Het staat apart.
Wiskunde is in andere vakken niet zichtbaar en wiskundedocenten trekken zich in het algemeen liever terug in 'splendid isolation'. Als dat niet verandert vrees ik dat geen enkel programma, hoe goed doordacht ook, bij zal dragen aan een verbetering van de waardering voor wiskunde. Ik hoop op een flink aantal items hierover in de wiskundEbrief in de komende jaren.


DRS. MARTIN VAN REEUWIJK WWW.WISKUNDEONDERWIJS.NL

November 1996
Wie weet nog hoe het er voor stond met ICT in het wiskundeonderwijs in november 1996? Kun je je mailtjes van toen nog vinden? Wat speelde er aan actualiteiten? Hoe ver waren we eigenlijk met e-mail en www?
Het stond allemaal in de kinderschoenen. En toen begon de wiskundE-brief. Zoals vaker met onderwijsinnovaties, liep het wiskundeonderwijs voorop. Een enthousiaste wiskundedocent en 15 abonnees om mee te beginnen. Wat ik nu zo geweldig vind, is dat de E-brief zijn plek heeft behouden. Ondanks concurrerende initiatieven en alternatieve elektronische nieuwsbrieven is de E-brief het wekelijkse bericht voor de wiskundedocent in Nederland. In 2000 organiseerden webmasters van websites voor en door het reken-wiskundeonderwijs in Nederland zich. Elkaar informeren, afstemmen en tot gezamenlijke initiatieven komen waren doelstellingen van dit overleg. Gezamenlijk is toen unaniem besloten om de E-brief te omarmen en die via de verschillende websites ook aan te prijzen en te gebruiken als het medium om gratis, kort en krachtig op de hoogte te worden gehouden van ontwikkelingen in het wiskundeonderwijs. Dat is de E-brief nog steeds.
Namens www.wiskundeonderwijs.nl en het Freudenthal Instituut, E-brief (en met name Jos en Gerard) van harte gefeliciteerd, en vooral ook dank je wel!


DHR. BRAM THEUNE, WISBASE en WISCLASS

Allereerst de hartelijke felicitaties en dank aan de initiators van deze brief: Gerard Koolstra en Jos Andriessen. Tien jaar lang in eigen tijd dit communicatieorgaan in stand houden, verdient een groot compliment! De twee hoofdredacteuren blijken goed geïnformeerd te zijn: veel nieuwtjes waren te lezen in deze brief, vóórdat ze elders gepubliceerd werden.
Het meest bijgebleven zijn twee artikels waarbij ik zelf nauw betrokken was.

1  Docenten voor docenten in brief nr. 159 (29-10-2000). Dit artikel heeft geleid tot het ontstaan van WisBase (www.wisbase.nl) en indirect ook van WisClass (www.wisbase.com); achtereenvolgens docentenpagina en leerlingenpagina op het gebied van wiskundig onderwijs.

2  De discussie over aansluiting wiskunde in het voorgezet onderwijs en het hoger onderwijs. Soms maak ik mezelf wijs dat dit gevolgen heeft gehad voor de huidige ontwikkelingen: naast enkele sombere berichten zie ik in ieder geval gelukkig hier en daar lichtpuntjes voor de toekomst.

Ondanks bovenstaande lovende woorden heb ik zeker nog wensen t.a.v. de WisBrief.
Ik zou met name collega's uit het vervolgonderwijs (HBO en WO) meer aan het woord willen zien. Op die manier zou er een platform kunnen ontstaan waarin een begin van kruisbestuiving tussen VO en HO plaatsvindt. Dat zou zeker bepaalde polemieken interessanter doen worden.
Over de toekomst van het wiskundeonderwijs moet ik helaas wat sombere geluiden laten horen. De laatste tijd worden we geconfronteerd met negatieve berichten over het wiskundig/reken-niveau van afgestudeerden. En na alle vernieuwingen die als verbeteringen over ons heen gegoten zijn, zou je toch mogen verwachten dat het hiermee supergoed gaat?
De aanzet tot concurrentie tussen onderwijsfabrieken, zou heilzaam moeten werken. Ik zie echter een andere trend: managementteams doen meer hun best om positief in het nieuws te komen, dan dat ze methodes zoeken om de kwaliteit van het geboden onderwijs op te krikken.
De laatste tijd neem ik tevens waar, dat ook de concurrentie tussen docenten onderling gestimuleerd wordt. Dat concludeer ik namelijk uit het nieuwe functiesysteem met de bijbehorende beloningen. Het idee erachter is, dat het individu hierdoor meer aangezet wordt tot prestatie. Ja inderdaad, hiermee wordt de individuele docent gestimuleerd om zijn of haar eigen prestatie te profileren. Maar verder zal dat het individu ertoe aanzetten om zijn/haar eigen keuken af te schermen van een concurrerende collega. Die kant moet het onderwijs niet op!
Ik ben van mening, dat door hechte samenwerking van vakdocenten heel veel geleerd kan worden. De kwaliteit van toetsen en ander lesmateriaal zie ik met de tijd groeien als een deelnemer langer lid is van WisBase. Het is echter te hopen dat ook onderwijsorganisaties dit willen inzien en zodoende samenwerking een kans te geven. Misschien dat we dan onze truckersnatie nog op tijd kunnen omvormen tot een land met een daadwerkelijke kenniseconomie. Daar is echter visie, durf en geld van beleidsmakers, maar tevens samenwerking èn kwaliteit van het onderwijzend personeel, voor nodig. De tijd zal het leren.


IR. IONICA SMEETS, NATIONALE PR-MEDEWERKER WISKUNDE

Gerard en Jos, van harte gefeliciteerd! Jullie vroegen me om voor dit jublieumnummer iets te zeggen over promotie van wiskunde. Volgens mij gaat het daarmee helemaal niet zo slecht! Als een onbekende Russische wiskundige een prijs weigert, dan haalt dat de voorpagina van de krant en er worden veel leuke wiskundedagen, wedstrijden en projecten bedacht. In de twee jaar dat ik als nationale pr-medewerker werk, ontdekte ik bijna elke week een nieuw intitatief dat op de een of andere manier wiskunde onder de aandacht brengt.
Volgens mij zijn de twee grootste problemen bij de promotie van wiskunde verdeeldheid en liefdewerk. Er gebeuren zo veel dingen op verschillende plaatsen, dat waarschijnlijk niemand meer een helder overzicht heeft. Het is jammer dat er geen betere uitwisseling is van goede ideeën: als een school in Zeeland een fantastisch wiskundeproject verzint, dan zouden scholen van Limburg tot Friesland dat moeten weten. Hetzelfde geldt voor alle leuke activiteiten die universiteiten en stichtingen als Vierkant voor Wiskunde organiseren. Het tweede probleem is dat bijna niemand betaald wordt voor promotie van wiskunde, het meeste werk wordt door enthousiaste vrijwilligers naast hun gewone baan gedaan: liefdewerk. Dat is geweldig, maar daardoor zitten er snel grenzen aan wat er gedaan kan worden.
De promotie van wiskunde zou dus nog beter kunnen door haar landelijker en groter aan te pakken. De WiskundEbrief is een prima hulpmiddel om het eerste probleem een beetje op te lossen, omdat ze snel veel mensen bereikt. Ik zelf spreek bijvoorbeeld weinig leraren, omdat ik aan een universiteit werk. Maar door regelmatig de Ebrief te lezen, krijg ik toch een idee wat speelt op scholen en wie betrokken is bij welke projecten. Het is daarbij fijn dat de Ebrief vaak verschijnt en makkelijk snel te lezen is. Makers van de WiskundEbrief bedankt en gefeliciteerd! Ik hoop in de toekomst veel nieuwe namen en plannen via jullie te zien verschijnen.


REDACTIE PYTHAGORAS

De redactie van Pythagoras feliciteert de makers van de Wiskunde-E-brief met het tienjarig bestaan. Op de foto, gemaakt tijdens een redactie-uitje in Antwerpen, staan vier Pythagorasredacteuren.
Voor: René Swarttouw (links) en Alex van den Brandhof.
Achter: Matthijs Coster (links; naar hem zijn de Costergetallen vernoemd) en Jan Guichelaar.
Op de foto ontbreken de redacteuren Marco Swaen, Dion Gijswijt, Klaas Pieter Hart en Chris Zaal.

De Rekenprijsvraag van Pythagoras

Geeft u les in de eerste of tweede klas? Doe dan mee met de Rekenprijsvraag van Pythagoras! Bij de Rekenprijsvraag draait alles om Costergetallen. Een Costergetal is een geheel getal dat je met +, -, x en : kunt maken uit zijn eigen cijfers, waarbij elk cijfer precies twee keer wordt gebruikt. In de berekening mag je de rekenvolgorde zelf bepalen, je mag dus haakjes zetten zoveel je wilt. ‘Cijfers plakken’ (bijvoorbeeld van een 1 en een 2 het getal 12 maken) is niet toegestaan. Een voorbeeld van een Costergetal is 25, want 25 = 5 x 5 + 2 - 2.
Er zijn twee opdrachten: Coster-Klein en Coster-Groot. Coster-Klein leent zich uitstekend voor hele klassen. Hierbij is de opdracht is om alle Costergetallen van 1 tot en met 200 te vinden. Een inzending bestaat uit een lijst van de gevonden Costergetallen. Uiteraard staat bij elk getal hoe het uit tweemaal zijn eigen cijfers gemaakt kan worden.
Twee jaar geleden schreef Pythagoras de Priemgetallenprijsvraag uit en vorig jaar was er de Zevenprijsvraag. Veel docenten stuurden enthousiaste reacties, hieronder een kleine selectie:
“De leerlingen konden met de prijsvraag bij ons op school een Sinterklaasverrassing winnen.” (Gymnasium Apeldoorn)
“Toen ik een aantal leerlingen die zich dreigden te gaan vervelen de prijsvraag voorlegde, kon ik niet vermoeden wat ik daarmee had losgemaakt.” (Van der Capellen SG, Zwolle)
“Met gejuich werd elke nieuwe oplossing ontvangen.” (Vrije School, Den Haag)
“De vellen waren op A3-formaat en hebben een aantal weken in mijn lokaal gehangen; al mijn leerlingen konden hierop hun bijdrage schrijven.” (Mendelcollege, Haarlem)
Doet u jaar ook mee? Wij zijn benieuwd naar uw ervaringen! Stuur de inzending per post of mail naar René Swarttouw, Afdeling Wiskunde, Faculteit der Exacte Wetenschappen, Vrije Universiteit, De Boelelaan 1081a, 1081 HV Amsterdam. E-mail: rene@pythagoras.nu.
Vermeld bij de klasseninzending uw naam, de naam en het adres van de school en de klas. Inzendingen moeten bij ons binnen zijn vóór 15 januari 2007. Onder de complete inzendingen wordt het Pythagoras-verrassingspakket verloot.


WiskundE-brief
redactie Jos Andriessen en Gerard Koolstra
e-mail: j_andriessen[at]wanadoo.nl of wiskunde-brief[at}xs4all.nl